Helden zonder naam

 Helden zonder naam

Tekst: Jane Frippat

 

Een maand lang liep ik mee als stagiair in een onafhankelijke humanitaire organisatie in Parijs. Ik kwam in contact met een hoop verschillende vrijwilligers; leeftijden, beroepen en achtergronden door elkaar. Ze hebben echter allemaal één ding gemeen: ze gebruiken hun vrije tijd om te helpen in de verschillende missies van Utopia 56, een organisatie die materiële hulp en noodonderdak aan daklozen, voornamelijk vluchtelingen, biedt. Door in contact te komen met een uitgebreid netwerk van anonieme vrijwilligers en een dynamisch directieteam heb ik ontdekt wat ik al lang zocht: hartverwarmende Parijzenaars, of beter gezegd, een beetje zonneschijn in een hoop ellende.

 

 

Wanneer je ‘s ochtends de krant openslaat of de nieuwsapp op je telefoon opent, begin je de dag meestal op een grimmige toon. Met een kop koffie in de hand sla je een berg aan slecht nieuws achterover; vijf mensen overleden tijdens een poging om het kanaal over te steken, stijgend druggebruik bij daklozen in de Brusselse metrostations, een alsmaar strengere Franse migratiewet is gestemd geraakt. Ik denk vaak terug aan een gesprek tussen twee jongens aan wie ik Franse bijles gaf: “J’en ai marre qu’on me dise que ça va aller, quand est-ce que ça va aller?”. Het dagelijkse leven is voor hen een strijd voor een fatsoenlijk bestaan en toch doen ze dit met een bewonderenswaardig enthousiasme, brede glimlach en een onafgebroken dankbaarheid.

 

Tijdens mijn eerste week kwam ik doodvermoeid thuis. Ik was fysiek uitgeput door het uitdelen  van materiaal, door heel de dag van plek naar plek te sjezen door Parijs, door mijn angst  om onbekenden op te bellen te overwinnen. Ook emotioneel was ik moe, omdat de mensen die mijn dagelijkse leven niet binnentreden, en integendeel ergens diep weggestoken in de achterkant van mijn hoofd verbleven, ineens gezichten, namen en gevoelens kregen. Het is een verwarrend gevoel: Waarom kon ik ‘s avonds naar huis, naar mijn ouders en bedje, en zij niet? Hoe kon ik ‘s avonds mijn oortjes insteken en de metro instappen, alle miserie achter me laten voor een nacht, terwijl de vraag naar hulp niet de uren van een 9 tot 5-werkdag volgt? De scheiding tussen werk- en privéleven vervaagt hoe meer je in deze wereld betrokken raakt, je bent emotioneel verbonden met datgene waar je elke dag mee bezig bent – wat zowel een zegen als een vloek kan zijn. 

 

Naast deze psychologische last, maakt het tekort aan materiële middelen de realisatie van de doelen moeilijk. Werken in de humanitaire sector, “c’est toujours un pas en avant, et trois pas en arrière”, zei mijn collega eens tegen mij, sigaret tussen de lippen en slappe oploskoffie in zijn handen. Het is niet gemakkelijk om als kleine organisatie, met Excel sheets, veel goede bedoelingen en een paar uitgeleefde voertuigen – waarmee je statistisch meer kans hebt om niet te vertrekken dan wel -, de armoede op de straten van Parijs te bestrijden. 

 

Maar schijn kan – in de positieve zin – bedriegen. Mijn bazin, een opgewekte meid van 24, vroeg me op mijn laatste dag naar mijn mentale toestand. Ondanks het ontdekken van de moeilijkheden waarmee deze wereld dagelijks kampt, antwoordde ik dat ik me in de beste toestand bevond. Een wereld had zich voor mij geopend, een wereld die me hoop geeft. Een wereld waarin je je nuttig kan voelen, een flexibele wereld, een zorgende wereld, een die meedraait met haar tijd . Ik ontdekte een solidariteit die losstaat van de Franse nationale identiteit die de Franse staat en haar instituties actief cultiveren, een statische solidariteit waartoe initiatieven zoals schooluniformen en de Marseillaise vaak de sleutel blijken. Ik ontdekte een dynamische solidariteit die ontstaat van onderuit. Wanneer je een menselijke ketting maakt met vijftien andere mensen – die je voorheen nog nooit gezien hebt en daarna nooit meer zal zien – om tenten, dekens, matrassen te dragen om noodonderdak te creëren in de koudste week van het jaar, besef je hoe veel verandering je samen kan veroorzaken, en de schaal ervan heeft geen belang.

 

Ik ben opgegroeid in het Frankrijk van een competitief schoolsysteem, van het “vous”-zeggen, van de wereldstad Parijs. Nu ontdekte ik het werkende Parijs, het Parijs van de helden wier namen nooit zullen worden vernoemd, het Parijs gebouwd door diegenen die haar draaiende houden. Diezelfde ochtend had ik met mijn collega, in een smalle eenrichtingsstraat zonder parkeermogelijkheid, in recordtempo tientallen dekens van een vrachtwagen moeten uitladen. Er was maar een mogelijkheid: het verkeer tijdelijk blokkeren. Na een eerste mislukte poging – de reden: een ongeduldige taxi bestuurster – lukte het ons een beetje vooruitgang te boeken. Er stopte echter al snel een andere auto achter ons. De motor ging uit, de eigenaar stapte eruit en kwam naar ons toe. Ik zuchtte; dit ging ons nooit lukken, ik bereidde al een smekende speech voor: kon hij ons even vijf minuten de tijd geven om deze dekens uit te laden? In plaats van te morren vervulde de man de  hoop die ik had gekoesterd. “Ça ira plus vite si je vous aide!”, was zijn uitleg. Een klein gebaar, dat hem geen moeite kostte, en ons leven een stuk gemakkelijker maakte. 

 

Ik dacht aan een zin die op een van de muurschilderingen van de East Side Gallery in Berlijn staat; “Many small people who in many small places do many small things that can alter the face of the world”. Nog nooit had deze quote zoveel betekent voor mij als nu. Ik denk dat we dat allemaal van tijd tot tijd nodig hebben; iemand die zijn eigen doelen even aan de kant zet om je te helpen. We halen er zelf ook veel uit. Wat mij betreft mogen dokters naast pillen en therapieën ook een dosis maatschappelijk engagement voorschrijven. Misschien begrijp ik de complexiteit van de wereld waarin we vandaag leven nog niet, maar laat mijn tekort aan ervaring tegelijkertijd ook mijn beste wapen zijn. Als we allemaal een beetje plaats zouden maken voor een ander in ons dagelijks leven, zouden we veel problemen de wereld uit kunnen helpen.

 

0 Comment