Thuis in het onbekende

Tekst: Jane Frippiat

Ik lig in de keuken, uitgespreid op een kleine zetel waarvan verdunde stof en verkleuring mij herinneren aan de generaties Ierse en internationale studenten die hier voorheen hun thuis hebben gemaakt. De geur van appelflappen komt uit de oven, die alleen maar functioneert op de grillstand. Mijn Duitse kotgenote staat om de vijf minuten op om ze in de gaten te houden, het venster waarin ze van ongebakken deeg naar verbrande hoopjes veranderen is verraderlijk klein. Mijn overblijvende goedkope supermarkt-merk thee is lauw geworden. Getyp van laptops klinkt tegelijkertijd actief, aarzelend, agressief. Af en toe onschuldig gekibbel, gespreksonderwerpen bevinden zich op een continuüm tussen boter op boterhammen met choco en de onzekerheden die de toekomst vanuit een studentenperspectief brengen. Een zucht van overweldiging bij het aanzien van een nieuwe essayvraag. Naast mij gaan breinaalden strijdlustig heen en weer. Gefronste wenkbrauwen en concentratie. Terwijl iemand aan zijn avondmaal begint, eindigt een ander haar lunch. Ik pak mijn laptop erbij, het is tijd om mijn Erasmuservaring tot nu toe eens neer te pennen voor de Moeial. 

Hoe ben ik hier ook alweer terechtgekomen? In deze leefruimte met zeven andere mensen die me tot voor kort totaal onbekend waren, in een stad waarvan ik alleen de naam kende, in een land waar ik alleen romantische onrealistische ideeën over had. Het begon met het indienen van een vage Learning Agreement, voor vakken waarvan ik snel de omschrijving even had gelezen. Het tweede semester begon, mijn vertrek verdween naar de achtergrond van mijn gedachten en zorgen. Tot september plots voor de deur stond. Terwijl mijn zus zich inschreef voor haar vakken aan de VUB en uitzocht hoe ze een MOBIB-abonnement kon aanmaken, moest ik mijn hele bestaan voor een half jaar in twee valiezen krijgen. Hoe maakte men ook weer het onderscheid tussen het essentiële en het bijkomende? Een dag later landde ik in Ierland, waar regen, linksrijdende dubbeldekkers en halve-liter pinten me te wachten stonden. 

Je moet opeens samenleven met zeven andere kotgenoten van verschillende landen. Elke dag ontdek je dat jouw manier van studeren, van koken, van feesten, van zijn, maar eentje uit de duizenden is. Thuis, dat kan ook een eiland zijn waar je in veertig minuten van één kant naar de andere kunt, zoals Mallorca. Het weekend, dat kan je ook gewoon een half jaar lang op kot doorbrengen in Zweden, zonder de wekelijkse rit naar huis af te leggen. Durven zeggen dat je even nood hebt aan privacy zonder andermans gevoelens te kwetsen is mogelijk. Uitgaan, dat begint pas echt om drie uur in Barcelona. Je botst voortdurend op de grenzen van de wereld waarin je voorheen leefde. 

De plek die je kiest voor Erasmus zal natuurlijk de richting bepalen van je ervaring; bloei je alleen in de zon, kom dan zeker niet naar Ierland. Verdraag je geen hitte, zet dan zeker niet Portugal op je lijst. Maar belangrijker dan de plek blijken de mensen, die op korte tijd overgaan van onbekenden tot je beste vrienden. Je moet je samen een weg zien te banen tussen een zee van normen die je vreemd zijn. Dat regen je binnenhoudt is een sociaal construct, een regenjas is overrated. Een half uur wachten op een bus die nooit van plan was te komen en dan veertig minuten huiswaarts stappen, dat is everyday koek. Een antwoord op de groet Hi, how are you? is misschien niet vereist, maar wel geapprecieerd. 

Het is met vallen en opstaan, gênante verhalen heb ik met honderden meegemaakt. Vanavond zal ik met een vriendin, die ook op Erasmus is, moeten strijden om niet als eerste oefening uit te voeren bij de voetbaltraining. Het zware accent van de trainer belet ons om ook maar iets te begrijpen van zijn instructies, het zit allemaal in het faken ‘till you make it. De tactiek van vaag te blijven knikken omdat je niet voor de zevende keer durft te vragen naar herhaling, is al een paar keer gefaald; had ik de indrukwekkende rugby match gezien? Knik knik. En wat vond ik ervan? Knik knik. Snel weggaan, en hopen dat ik mij zo snel mogelijk kon laten opslokken door de massa aan paardenstaarten en hoge kousen was de enige optie. 

Maar wat maakt het ook allemaal uit, binnen twee maanden ben ik toch weg en zo krijg ik een gezonde weerstand tegen de domper op mijn zelfvertrouwen na een gênante gebeurtenis, probeer ik mezelf daarna gerust te stellen. Mijn vriendin had hetzelfde al meerdere malen meegemaakt; het overkomen van  zulke culturele obstakels zorgt voor een gevoel van samenhorigheid, dat eventuele andere verschillen overbrugt in mum van tijd. De afstand tot diepe onzekerheden delen of scheten laten in elkaars bijzijn lijkt opeens heel erg klein. 

Een paar maanden weg van thuis zijn lijkt niet lang, maar wanneer de avonden sneller beginnen te vallen en het werk zich begint op te stapelen kan je niet even naar huis omdat je even zin hebt in een voorbereide maaltijd, de rust van je huisje of gewoonweg propere lakens. Maar je ergens thuis voelen is veel meer dan gewoon een plek, het verhuist mee met de mensen om wie je geeft, het heeft de specifieke eigenschap van overal te kunnen ontstaan. Veel sneller dan verwacht voel ik mij nu thuis in de warme Ierse manier van met elkaar omgaan, in de wilde cliff landschappen, in de trots van een volk dat nog tot voor kort hard voor haar onafhankelijkheid vocht, en dat allemaal is te danken aan de gezelligheid van mijn vrienden hier. In een onbekend land heb je alleen elkaar, en toch is dat meer dan genoeg. 

0 Comment