“De geschiedenis van’’ de talen van Brussel

Tekst: Youna Mulock Houwer


Brussel, het meertalige hart van België, dobbert als een Franstalig eiland in Vlaanderen. Ooit was Nederlands de dominante taal, maar volgens het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum (BRIO) spreekt niet eens 10% van de Brusselaars thuis nog Nederlands. De stad kent een uniek taallandschap, doordrenkt met historische schommelingen die de taal van haar inwoners hebben beïnvloed.

“Taal is macht”, merkte Foucault op: door de tijd heen heeft die taal dan weer invloed gehad op de sociale positie, de mobiliteit en de identiteit van de Brusselaars. Historicus en leraar Tim Gistelinck laat in zijn podcast “Geschiedenis van” zien dat “alles geschiedenis is’’. Zo geeft ook onze taal een afspiegeling van de geschiedenis en een inzicht tot het Brussel van vandaag en morgen, want de taaldiversiteit neemt nog altijd toe. 

Bruc Sele

De podcast start het verhaal van Brussel in de tiende eeuw.. Gistelinck vertelt dat “de oorsprong van de stad terug te vinden is in de naam’’. Brussel komt van de toenmalige Nederfrankische naam Bruc Sele en betekent “moeraswoning’’. Niet alleen krijgen we een beeld van hoe Brussel er destijds moet hebben uitgezien, de naam verraadt ook welke taal men sprak en bleef spreken tijdens de vijftiende en zestiende eeuw: het Middelnederlands was de standaardtaal en alleen de elite sprak Frans. 

De verfransing

Van de zestiende tot de achttiende eeuw, tijdens de Habsburgse bezetting onder keizer Karel V, werd de Franse taal belangrijker. Hoewel de bewoners van Brussel zich vast bleven houden aan het Nederlands werd het Frans de bestuurs- en cultuurtaal. In het Nederlands van vandaag vinden we hier de bewijzen van terug: woorden voor cultuur, onderwijs of administratie vinden hun oorsprong in de Franse taal. Het Frans had meer prestige, maar in feite sprak niet iedereen van de bevolking Frans. Er was meer macht nodig om een ommekeer in de taalgeschiedenis te veroorzaken. En die ommekeer kwam er in 1794.

In de Eerste Franse Republiek, die de Zuidelijke Nederlanden had veroverd, “was er geen plaats voor het Nederlands. Van de ene op de andere dag moest de lokale en regionale overheid overstappen naar het Frans. In deze periode vond er ook een interessante hervorming plaats in het onderwijs die het voor de gewone burger mogelijk maakte om een diploma te behalen en vervolgens hoger op de maatschappijladder te klimmen, mits hij Frans kon spreken. De beheersing van de Franse taal betekende nu meer dan ooit kans op vooruitgang, en de verfransing zette zich voort. Hoewel een groot deel van de bevolking nog voornamelijk analfabeet was en zich dus vaak vasthield aan het Nederlands, “was de kentering ingezet’’.

“Hoe slim je ook bent, wie de taal niet beheerst, zal altijd dom lijken’’

In 1822 deed Willem I, koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een poging om de taalgrens naar het Zuiden te duwen. Alle ambtenaren werden geacht de Nederlandse taal weer te beheersen. Maar dit bleek tegen de wil van velen.. In 1830 brak de Belgische Revolutie uit waarbij er naast persvrijheid en religieuze vrijheid ook taalvrijheid werd geëist. Dat betekende in de eerste plaats: de vrijheid om Frans te spreken. “Alles werd Franstalig: onderwijs, rechtspraak, straatnamen.’’ Hoewel de gloednieuwe hoofdstad nog grotendeels Nederlandstalig was, werd het Frans opnieuw als bestuurstaal omarmd. Brussel breidde zich uit en groeide door de Walen die naar de stad kwamen voor een job in de administratieve of zakensector. Talenkennis van het Frans werd essentieel voor vooruitgang in het leven, wat leidde tot een sociale kloof. “Hoe slim je ook bent”, zegt Gistelinck, “wie de taal niet beheerst, zal altijd dom lijken”. Dit markeerde een periode waarin de Vlaamse economie achterop begon te raken. 

“De sociale posities zijn omgekeerd”

Het Frans is nooit helemaal doorgebroken in Brussel, en de taal bleef voortdurend in beweging. Vandaag zijn de sociale posities volgens Gistelinck juist omgekeerd. Nederlandse scholen zijn hoog aangeschreven, waardoor veel kinderen uit Franse gezinnen ook naar deze scholen gaan, en dit aantal blijft volgens de VRT stijgen. Volgens BRIO is er een toename in het gebruik van Nederlands en Engels, en op straat hoor je lang niet meer alleen Frans. De straat is niet langer de arena van een meerderheidstaal versus (zwakke) minderheidstalen. In plaats daarvan heeft zich volgens BRIO een meer informele en minder strikt gedefinieerde omgangstaal ontwikkeld. Deze omgangstaal heeft Frans weliswaar als basis, maar draagt diverse invloeden van andere talen in zich. Dit heeft onder andere te maken met de Brusselaars van buitenlandse origine, die de buurt als belangrijkste identificatiekader beschouwen. Culturele taaldiversiteit lijkt hierbij samen te gaan met de bevordering van sociale cohesie. 

 

Het Brussel van vandaag

Het Frans en het Nederlands blijven een belangrijke rol spelen in de gemeenschapsvorming binnen Brussel, maar de manier waarop deze talen worden gebruikt, liggen niet langer in lijn met de traditionele tegenstellingen. Het Brussel van vandaag is aan het veranderen; “taaldiversiteit is een feit’’, stelt BRIO. Het aantal Brusselaars met een diverse taalachtergrond groeit, en deze taaldiversiteit wordt doorgegeven aan de volgende generatie. De statusstrijd tussen het Nederlands en het Frans lijkt te veranderen en een andere vorm aan te nemen. Bij het peilen naar de toekomst van Brussel geven de Brusselaars aan geen sterke binding te voelen met Wallonië of Vlaanderen. De Brusselaars richten zich niet specifiek op één taalgemeenschap; het is juist de meertaligheid die hen verbindt.

0 Comment