Vier VUB-proffen over online lesgeven: “Ik vrees voor een burn-out bij docenten”

Vier VUB-proffen over online lesgeven

De kogel is door de kerk: de VUB schakelt tot al zeker 13 december over naar online les. Tijdens de eerste lockdown hoorden we al enkele studenten over deze omschakeling, maar hoe ervaren VUB-docenten dat? De Moeial vroeg het aan vier professoren van verschillende faculteiten: Martina Temmerman, An-Sofie Vanhouche, Didier Caluwaerts en Jan Loisen.

Door Nena Langloh en Kjenta Vangampelaere

Beeld: Kjenta Vangampelaere

De verstrengingen die de VUB de afgelopen weken nam, moesten we als studenten vaak eerst lezen in de media. Dat frustreerde niet alleen ons, maar ook sommige professoren: “Ik begrijp dat je als universiteit snel informatie wil doorspelen naar de pers, maar het zou respectvol zijn als ze dit eerst liet weten aan haar studenten en medewerkers en dan pas aan derden”, vertelt prof. Didier Caluwaerts van de faculteit Sociale Wetenschappen en Solvay Business School. Werden docenten wel op voorhand door de universiteit op de hoogte gebracht? Prof. Jan Loisen, van dezelfde faculteit: “Wij krijgen geregeld mails vanuit de faculteit om ons de stand van zaken te bezorgen. Of je het nu geel, oranje of rood noemt, we wisten dat we ooit op online zouden moeten overgaan.” 

Technisch sukkelen

We vertoefden slechts een week in code oranje, maar voor docenten was die week net goed om zich optimaal voor te bereiden op online lesgeven. “Ik moest vooral mijn aanpak herzien. Ik geef lessen waar discussie met studenten centraal staat. Het is even zoeken hoe dat online het beste verloopt”, zegt Caluwaerts. Ook op technisch vlak moet er een heleboel geregeld worden, legt Loisen uit: “Of ik nu naar Aula Q ga of naar mijn bureautje; mijn les verandert inhoudelijk niet. Maar de technische voorbereiding moet ik wel treffen: een meeting aanmaken, een hele hoop protocollen waar ik rekening mee moet houden, duidelijk communiceren naar mijn studenten… Als je iets vergeet, kan er altijd iets mislopen. Zo was ik eens aan het lesgeven om na vijftig minuten door te hebben dat de opname niet gestart was.” 

“Het was een verademing om terug fysiek les te kunnen geven na de vorige lockdown. Nu dat opnieuw wegvalt, maakt dat het allemaal veel zwaarder.

prof. Didier Caluwaerts

Die technische voorbereiding kan inderdaad voor heel wat problemen zorgen, bevestigt ook prof. Martina Temmerman van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte: “Voor mij was het allemaal nieuw. Gelukkig krijgen we veel ondersteuning vanuit de faculteit. Ik vind het vooral moeilijk om te schakelen van de slides naar de gezichten van de studenten, maar je leert het al doende. En de studenten hebben ook begrip als ik dan eens aan het sukkelen ben. Iedereen weet dat dit uitzonderlijke tijden zijn.”

Verminderde interactie

Naast die technische voorbereidingen en het internet dat ons al eens in de steek durft laten, brengt het online lesgeven nog een pak andere problemen met zich mee. De professoren die wij spraken, zijn het alvast over een ding eens: de verminderde interactie is het grootste probleem. “Ik begrijp heel goed de frustratie van studenten en hun sociale isolement. Het is heel afstandelijk. Normaal zijn we een kleinschalige universiteit met veel direct contact. Ik merk dat de drempel om een vraag te stellen voor studenten erg groot is”, zegt Caluwaerts.

Volgens Loisen is alles afhankelijk van de cursus en de grootte van de groep: “Ik heb intussen wel wat ervaring met lesgeven; in de aula kan je zien of de groep mee is of niet. Dat oogcontact en die vibe aanvoelen, valt weg door digitaal onderwijs.” Dat komt onder andere doordat het bij grote groepen niet mogelijk is om elke student de camera te laten opzetten, zegt An-Sofie Vanhouche, professor aan de faculteit Recht en Criminologie: Met de studenten spreek ik af dat ze de camera’s afzetten als ze niet in beeld komen om zo de vertraging van het internet zoveel mogelijk te vermijden. Dat heeft als nadeel dat je de studenten niet ziet. Het digitale aspect is zeker een uitdaging.”

“Voor werkstudenten is het digitale lesgebeuren handig; het biedt hen meer mogelijkheden.”

prof. An-Sofie Vanhouche

Ook Caluwaerts ziet heel wat nadelen: “Ik denk dat de meesten onder ons heel graag lesgeven. Voor mij was het een verademing om terug fysiek les te kunnen geven na de vorige lockdown. Nu dat opnieuw wegvalt, maakt dat het allemaal veel zwaarder.” Behalve het lesgeven, vallen ook andere activiteiten weg. “Je moet beseffen dat docenten niet alleen geëvalueerd worden op lesgeven, maar ook op onderzoek. Dat komt er bij mij al bijna zes maanden niet aan te pas, in alle eerlijkheid. Het is een hele strijd voor ons.”

Vooral voordelen voor studenten

Naast alle nadelen, zijn er volgens sommige professoren ook enkele voordelen. Zo heeft Temmerman net wel meer tijd om verder te werken aan de stapel papieren op haar bureau. En ook het woon-werkverkeer is voor velen een flinke tijd uitgespaard. In kleine groepen werken heeft zo ook zijn voordelen: “Ik geef les aan een kleine groep studenten, dus ik vraag hen ook om hun camera op te zetten. Het is leuk om de studenten zonder mondmasker te zien, dat was niet zo op de campus. Nu kan ik net wel beter inschatten of ze de leerstof begrijpen”, zegt ze. 

Loisen vindt het volledige online systeem beter dan een mix tussen online en fysiek: “Mocht de situatie zich voordoen dat ik kan kiezen tussen een hybride of louter online systeem, dan ben ik meer geneigd naar het tweede. Anders merk ik dat ik meer aandacht besteed aan de studenten die fysiek aanwezig zijn en minder kijk naar de chat met de studenten die live thuis aan het volgen zijn.”

Intussen geef ik les op mijn pantoffels. Een combinatie van huiselijkheid en werk.”

prof. Martina Temmerman

Caluwaerts ziet er voor zichzelf niet veel voordelen in, maar denkt dat het eerder voor studenten meer flexibiliteit biedt: Ik merk dat sommigen de online examenvormen juist aangenamer vonden dan het fysieke gebeuren. Ik hoor ook dat andere studenten de opgenomen lessen bijvoorbeeld op de trein bekijken.” Zeker voor werkstudenten is het handig, zegt Vanhouche: “Onze werkstudenten moesten vorige jaren meer aan zelfstudie doen, omdat alle interactieve momenten tijdens de lessen gebeurden. Die oefeningen worden nu bijvoorbeeld op Canvas gezet. Dat biedt hen meer mogelijkheden.”

Katten en kinderen

Lesgeven van thuis uit betekent dat de studenten onvermijdelijk een glimp opvangen van het huis waarin hun docent woont. “Ik stel een andere achtergrond in zodat de studenten mijn kamer niet kunnen zien”, vertelt Temmerman. Caluwaerts tilt daar niet zo zwaar aan: “Mijn studenten hebben intussen al heel mijn interieur gezien. We maken ons te veel zorgen over de achtergrond. Als ik met mijn studenten spreek via de camera, kijk ik ook niet naar de kamer waarin ze zitten.”

“Toen ik net begon met de online lessen, deed ik mijn schoenen zelfs nog aan”, zegt Temmerman. “Intussen geef ik les op mijn pantoffels. Een combinatie van huiselijkheid en werk.” Maar zelfs als de vestimentaire keuze en de achtergrond goed zitten, kan er wel eens iets mislopen: “Soms loopt hier een kat door het beeld, maar dat vinden de studenten wel grappig”, zegt Temmerman. Loisen, die twee jonge kinderen heeft van tweeënhalf en vier jaar, kan erover meespreken. “Onlangs kwamen ze tijdens mijn les mijn bureau binnengevallen. Ik vind dat niet zo erg. Ik gebruik mijn kinderen vaak als voorbeeld in mijn lessen, sharenting zoals dat heet, dan zien de studenten ook eens hoe ze eruitzien.”

Ademruimte

Vanhouche heeft geen aparte kamer waar ze kan werken en geeft daarom les in haar woon-eetkamer. “Daardoor wordt het moeilijk om een scheiding te maken tussen mijn werk- en privéleven”, zegt ze. “Ik zorg ervoor dat ik dagelijks een activiteit, bijvoorbeeld sport, inplan om mijn werkdag af te sluiten en over te schakelen naar een privémoment.” 

“Ik probeer wel een paar uur met de kinderen in de bakfiets te gaan fietsen of in de tuin te spelen; dan denk ik niet de hele tijd aan het werk.”

prof. Jan Loisen

Die balans houden is voor Loisen niet zo vanzelfsprekend. “Mijn vrouw en ik moeten plannen wie wanneer voor de kinderen zorgt. Vroeger was ik de slechtste planner ooit, maar sinds de coronacrisis ben ik er goed in geworden”, zegt hij lachend. “Als ik voor de kinderen zorg, kan ik geen artikels lezen omdat ik constant onderbroken wordt. Pas als ze slapen, kan ik werk inhalen.” Zijn vrouw is ook een professor, waardoor het werk thuis altijd aanwezig is. “Ik probeer wel een paar uur met de kinderen in de bakfiets te gaan fietsen of in de tuin te spelen, dan denk ik niet de hele tijd aan het werk.”

Bij veel docenten zie ik dat er een burn-out dreigt aan te komen. Zeker bij lesgevers met kleine kinderen thuis”, zegt Caluwaerts. De vakgroep Communicatiewetenschappen van Loisen heeft besloten om tijdens de herfstvakantie geen lessen in te plannen uit solidariteit met docenten die kinderen hebben. “Sommige docenten geven wel nog les omdat ze de leerstof anders niet op tijd kunnen afronden en daar heb ik alle begrip voor, maar verder is  die afspraak goed opgevolgd. Mij geeft het ademruimte: ik kan werk inhalen en ik moet geen les geven terwijl de kinderen hier het kot afbreken.”

Niet alleen studenten, maar ook docenten lijken dus reikhalzend uit te kijken naar het einde van deze uitzichtloze periode. “Zolang er geen vaccin is, zal de situatie van het oude normaal niet snel terugkeren”, vreest Caluwaerts. Terwijl we er allen samen doorheen proberen te ploeteren, koestert Temmerman alvast een hoopvolle droom: “Een groot feest geven… voor veel mensen (lacht). Ik verjaar in de lente, dus hopelijk is alles tegen dan achter de rug.”

0 Comment