Trotse jongens

trotse jongens (twee witte mannen kussen)

Door Evelien Feys

Beeld: Kjenta Vangampelaere (naar Mert Alas & Marcus Piggott, cover Vogue Italia september 2017)

Toen ik op een rustige woensdagavond mijn uitstelgedrag aan het botvieren was op het internet, werden mijn sociale media plots overspoeld door zoenende mannen. Nu zijn zulke foto’s in mijn eigen Twitterbubbel niet erg bijzonder, maar toen ik zelfs op Facebook langs een zoenend mannenkoppel scrolde, moest ik toch op onderzoek uitgaan. 

#ProudBoys. Dat was de hashtag waarmee zoenende mannen tijdlijnen vol postten. De foto’s waren een teken van verzet tegen de Amerikaanse neofascistische groepering Proud Boys, die geweld verheerlijkt en witte suprematie promoot. Hun naam werd tot verzetshashtag getransformeerd nadat Trump hen joviaal had toegesproken tijdens het eerste presidentiële debat.

De re-appropriatie – het zich her-toe-eigenen – van symbolen die oorspronkelijk een teken van onderdrukking waren, is niets nieuws. De roze driehoek bijvoorbeeld was tijdens de Tweede Wereldoorlog een merkteken voor ‘homoseksuelen’ in de concentratiekampen. Het symbool werd tijdens de jaren zeventig opgeëist door de homorechtenbeweging als verzetsteken en ook ACT UP (AIDS Coalition to Unleash Power: een internationale, activistische aidsbeweging, red.) maakte gebruik van de roze driehoek. 

In ons Twitter-tijdperk zijn hashtags een soort van symbolen: ze zijn meestal te beknopt om te begrijpen zonder context. Je kan zo’n symbool dus kapen door het in een andere context te gebruiken. Wanneer genoeg mensen dit doen, kan de dominante betekenis verschuiven. Het hoeft niet per se te gaan over een groep die een symbool van hun onderdrukkers kaapt en zo de macht terugneemt. #MeToo is een beweging (met bijbehorende hashtag) die tegen een dominante maatschappelijke trend ingaat: seksueel grensoverschrijdend gedrag en het goedpraten ervan. MeToo werd gedelegitimeerd door dezelfde kapingstactieken: mensen die in andere contexten ‘hashtag me too’ in plaats van ‘ik ook’ zeggen, of die seksueel geweld benoemen als (god helpe ons) ‘een metootje’. 

“De lijn tussen positief en negatief is ook bij re-appropriatie niet altijd even vanzelfsprekend. De kaping van de hashtag #ProudBoys oogstte immers heel wat kritiek.”

Het woord appropriatie is de laatste jaren vooral te vinden in een negatieve context: culturele appropriatie. Hierbij neemt een dominante groep symbolen of gebruiken over van een onderdrukte en gemarginaliseerde groep en verdient daar vaak ook geld aan. Zo gebruiken witte mensen regelmatig Afro-Amerikaanse invloeden als een ‘exotische’ of ‘vernieuwende’ esthetiek. Denk aan twerking of de befaamde rondingen van Kim Kardashian. 

De lijn tussen positief en negatief is ook bij re-appropriatie niet altijd even vanzelfsprekend. De kaping van de hashtag #ProudBoys oogstte immers heel wat kritiek. Proud Boys is namelijk in de eerste plaats een witte suprematiebeweging. De mannen die zoenend op het internet stonden, waren voornamelijk witte mannen. Aangezien de holebigemeenschap allesbehalve vrij is van racisme, is het nog maar de vraag of het wel aan hen was om zich die hashtag toe te eigenen. Er zijn heel wat mensen die niet hetero zijn en voor Trump stemmen. Toen ook het Twitteraccount van het Canadese leger mee op de kar sprong, was het hek helemaal van de dam: is het westers militarisme dan geen bron van onderdrukking voor LGBTQIA+-mensen van kleur in de rest van de wereld? 

Solidariteit is natuurlijk mooi, maar als je jezelf een symbool toe-eigent dat in de eerste plaats tegen niet jou gebruikt werd, belandt de macht dan wel op de juiste plek?

0 Comment