Platte Cirkel (Opinie)

Het nieuwe academiejaar begint zoals het vorige eindigde: van achter onze computerschermen. Zoals velen, koos ik tijdens de eerste zelfisolatie voor het oppikken van een nieuw boek. Na deze intense week, die ons elke dag iets dieper in een nieuwe lockdown duwde, komen de herinneringen aan die vorige quarantaineperiode terug naar boven. Herinneringen en bedenkingen. Tijd om ze eventjes op een rij te zetten.

Door Sam Nassiri

Begin dit jaar bevond ik me nogal diep in een existentiële crisis, om redenen die te morbide zijn om uit te leggen. De zomer voordien had ik de moderne klassieker L’étranger van Albert Camus gelezen, aangezien  die tak van de filosofie me interesseert. In een maand van stress en verdriet, besloot ik om me wat verder te verdiepen in die literatuur, op zoek naar een antwoord. Welk antwoord wist ik niet. 

Eind januari, na een verwarrende examenperiode, kreeg ik een pakje in de bus met mijn bestelling. Twee boeken: Nausea van Jean-Paul Sartre, en La Peste van diezelfde Camus. In een vlaag van aspirerend intellectualisme las ik die eerste redelijk snel uit, en ook in La Peste begon ik bijna onmiddellijk. Op dat ogenblik was corona nog een ver-van-ons-bedshow, iets uit het verre China, een land waar we hier sowieso weinig over te horen krijgen. Ergens een week voor de lockdown zat ik in een café in Brussel te lezen in La Peste. Toen hing al een onaangename sfeer rond elke straat en ieder persoon. Er zat iets aan te komen. Wat, was moeilijk te voorspellen. Maar iets.

Dreef het lot dat boek in mijn handen, een week voor de lockdown begon? Als een soort van wrede grap die de kers op de taart vormde van een jaar dat ik toen al de vuilbak in wilde gooien? Tuurlijk niet; toeval bestaat. Maar ik moest er wel om lachen. 

Logischerwijs bleef het boek een tijdje onaangeroerd op mijn nachtkastje liggen. Virussen en opsluitingen die naast mijn echte leven ook mijn escapisme teisterden, zou wat verstikkend zijn geweest. Maar hoe verder de lockdown vorderde, hoe meer ik geneigd was La Peste weer op te pikken. Naast simpelweg een goed boek te zijn, was het verbazingwekkend welk inzicht het me leverde in het nieuwe leven dat we leidden, of juist niet leidden. 

73 jaar. Zo lang is  het geleden dat Albert Camus zijn existentiële klassieker geschreven had, ergens in een bergstadje in Frankrijk. De Algerijnse Fransman had tuberculose en schreef liever afgezonderd, om in de mood te kunnen komen. Mijn mond viel soms open van de uitspraken of gedachten die personages uitten: ze hadden bijna woord voor woord uit een krantenartikel of een interview op het nieuws kunnen komen. En hoewel Camus’ boek natuurlijk wat dieper gaat dan een televisie-interview, was het moeilijk niet even stil te staan bij de absurditeit hiervan. Het enige dat nog net niet in het boek opdook, waren de coronafeestjes of -barbeques die vorige zomer overal in het nieuws opdoken. Dat kunnen we volgens mij gewoon toewijzen aan het feit dat de grill in 1947 wellicht haar weg naar Algerije nog niet gevonden had. Een stereosysteem evenmin.

Hebben we als mens alle stappen al gezet die we kunnen zetten?  

 Ik ben natuurlijk verre van de eerste persoon die de vergelijking aanhaalt. Camus’ bijna 75 jaar oude boek was voor het eerst in lange tijd weer overal ter wereld te vinden op bestsellerlijsten. Maar verder dan wat gegrinnik en “hey, dat is wel grappig” kwam het niet echt. Zo van die Nostradamus-achtige voorspellingen trekken altijd wel aandacht; kijk maar naar wat de Simpsons al 30 jaar doen. Maar ik daarentegen, maakte me zorgen. Pretenties als literair analist of filosoof heb ik niet, maar zijn wij dan zo voorspelbaar? Is de mensheid dan zo makkelijk in een verhaal te steken, waarbij een filosoof ons 75 jaar op voorhand al in de smiezen heeft? Hebben we als mens alle stappen al gezet die we kunnen zetten?  

Onder Camus’ verhaal, dat van het Algerijnse kuststadje Oran dat in quarantaine moet nadat een hevige pest uitbreekt, ligt een wat opzichtig metafoor naar een heel ander soort existentiële horror; die van de nazi-bezetting. Een vijand waarmee je niet kan redeneren, waartegen verzet bijna onmogelijk is. Uiteindelijk is de kern dezelfde: ook aan dood en verderf wordt een mens gewoon. De uitspraak ‘time is a flat circle’ kwam af en toe de kop opsteken tijdens het lezen. Na wat googlen kom je te weten dat het een uitspraak is van Nietzsche, dus daar zijn we dan weer met onze existentiële filosofen.

Nu we binnenkort aan onze achtste maand in semi-limbo beginnen, het leven weer op pauze staat en de avondklok ingaat, wordt het eens tijd om Camus’ parabel achter ons te laten. Hierbij dus een pleidooi voor een vrij simpel doel. Doorbreek de platte cirkel, maak er een vierkant van. Laat ons de eeuwige relevantie van de Nietzsches en de Camus’ van de wereld aan de deur zetten. En laat ons vooral het schijnbaar onvermijdbare vermijdelijk maken. Draag een masker.

0 Comment