MoeiAlbum in de kijker (1): Interpol’s ‘Turn on the Bright Lights’ (★★★★★) belichaamt de contradictie van het jong zijn

Iedereen die het voorbije jaar niet in een bunker heeft gezeten met een grote voorraad voedsel en afgezonderd van alle contact met de buitenwereld, weet dat we in een lastige periode zitten. Coronacrisis of niet; er moet worden gestudeerd. Geen betere manier om de treinritten naar de campus – ondanks de mondmaskers – wat aangenamer te maken of om je studeerplaylist voor thuis wat aan te dikken dan met een klassiek album.

Door Sam Nassiri

Interpol zijn Daniel Kessler, Paul Banks, Carlos D. en Sam Fogarino. Ze vormden eind jaren negentig een groep op New York University, simpelweg vanwege hun gedeelde waardering voor mode. Na een succesvolle EP die het viertal uitbracht in 2000, werd het in 2002 tijd voor het opnemen van een album. Dat deed de band in de studio van hun producer in de staat Connecticut, in de hoop de verleidingen die een jonge band in New York kan vinden, te ontlopen.

Turn on the Bright Lights’ identiteit is echter ontegensprekelijk vervlochten met die van New York. In 2002 zinderden de gevolgen van 9/11 nog stevig na. Uit de stofwolk van de WTC-torens ontwaakte een stad die de weg kwijt was en een leven terug op gang probeerde te krijgen zonder te weten waar dat naartoe ging. De parallellen met vandaag zijn niet moeilijk om te trekken. Maar Turn on the Bright Lights is niet enkel een album over de zoektocht naar betekenis, een soort van existentiële klassieker, maar ook een werk over hoop en sterkte vinden in moeilijke tijden. Dat horen we in het nummer NYC, waar zanger Paul Banks met de memorabele verzen It’s up to me now, turn on the bright lights weer wat bevestiging vindt door een shoegazy waas van schelle gitaren en moddervette baslijnen heen.

Het openingsnummer Untitled is al meteen een hoogtepunt. Een perfect samenspel tussen de zwervende gitaarriff van Banks, de krachtige bas van Carlos D. en het minimalistische drumwerk van Fogarino werkt verlammend. Alsof je na een vermoeiende dag in je bed gaat liggen en op elk moment in slaap kan vallen. Banks doet er nog eens een schepje bovenop en zingt koel over verloren liefde. I will surprise you sometimes, I’ll come around zou zowat het motto kunnen zijn van iedereen die wil veranderen, maar gewoon niet weet hoe.

Zowel retrospectieve en wazige slowburners als Untitled en Hand’s Away als hyperkinetische oppeppers als PDA en Say Hello to the Angles vervolledigen de perfect in elkaar vloeiende tracklist. Eindigen doen we ook sterk met het sluipende Leif Erikson, een nummer over kiezen tussen leven alsof elke dag je laatste is of ieder risico vermijden als de pest. Met zinnen als She swears I’m a slave to the details / but if your life is such a big joke, why should I care?,  is het vrij duidelijk wat frontman Banks ervan denkt.

Turn on the Bright Lights is even intens als retrospectief, even catchy als piekerend. Het meesterwerk van de postpunk is het beste album dat het genre wist uit te persen sinds Unknown Pleasures van Joy Division. Het is dan ook geen klein beetje dat Interpol de dramatische flair van Ian Curtis en co. zelf hanteert, en met effect. Geboren in tijden van ongeziene onstabiliteit, toont het album zijn makers als een groep jonge gasten die even niet wisten waar het leven naartoe ging, maar evenzeer als opkomende band het gevoel hadden alles te kunnen trotseren. En dat hoor je in elke minuut. Onzekerheid in de toekomst, vertrouwen in het nu: de contradictie van het jong zijn.

0 Comment