‘VUBezige Bij’ Yassine Boubout: “Mijn activisme heeft niets met de VUB te maken, ik ben hier enkel om te studeren”

Elke editie gaat de Moeial in gesprek met een geëngageerde student aan de VUB. Masterstudent rechten Yassine Boubout vertelt over zijn activisme, diversiteit en student zijn aan onze alma mater.

Tekst: Filip Lismont en Marit Galle
Beeld: Marit Galle

Yassine is masterstudent rechten met een affiniteit voor criminologie, straf-recht en mensenrechten. Als activist is hij vooral bezig met ethnic profiling, politie en onderzoek naar politiegeweld voor het Europees Netwerk Tegen Racisme (ENAR). Daarnaast werkt hij samen met politie en NGO’s aan verbeteringen in hun beleid. Over heel Brussel en Vlaanderen leidt hij Know Your Rights-workshops die jongeren informeren over hun rechten wanneer ze in aanraking komen met de politie. “Maar ik heb ook een sociaal leven, hoor!”

Je bent opgegroeid in Antwerpen, maar koos toch voor de VUB. Was dat een overwogen keuze?

“Dat was een bewuste keuze, ja. Toen ik vier jaar geleden een keuze moest maken twijfelde ik tussen Gent of Brussel. Allebei leuke en interessante steden, maar het is dus – duidelijk – de VUB geworden. Onze hoofdstad in het algemeen trok me aan, maar vooral de diversiteit gaf de doorslag. Brussel is een van de meest diverse steden in België, en de VUB spiegelt dat ook af. Daarnaast hebben mensen rondom mij, studenten en zelfs leerkrachten, vaak aangegeven dat de VUB bij mij zou passen. Er is elders vaak een notie van prestige in verband met rankings, dus dat in acht nemend heb ik toch voor de VUB gekozen. En ik zou vandaag hetzelfde doen.”

Je zei dat je keuze voor Brussel en de VUB ondere andere gebaseerd was op de aanwezige diversiteit. In welke mate is die verwachting ingelost?

“Brussel is divers, dat wist ik. Ook de VUB heeft me niet teleurgesteld. Ik merkte jonge vrouwen met hoofddoek op in de aula, en zag in het algemeen wel meer bruine koppen dan ik verwachtte (lacht). Wat ik wel zag was dat die diversiteit vooral aanwezig was in mijn eerste jaar. In het tweede jaar al wat minder; en tijdens mijn derde jaar was dat gevoel bijna onbestaand. Ik weet dat andere studenten met buitenlandse roots dat ook merken.

“Brussel is een van de meest diverse steden in België, en de VUB spiegelt dat ook af”

“Dat is iets dat heel gekend is in het onderwijs; je ziet dat heel veel studenten uit minderheidsgroepen afvallen. Ik ben geen socioloog, maar ik weet wel dat de ondersteuning die zij nodig hebben, vaak anders is dan wat er wordt aangeboden. Het is gewoon zo dat mensen uit die groepen procentueel meer kans hebben om in armoede op te groeien. Dat is een andere problematiek dan bijvoorbeeld iemand die moeilijk kan studeren omwille van concentratieproblemen. De VUB ondersteunt studenten heel goed, maar het soort steun beantwoordt niet alle problemen. Veel studenten van kleur zitten in een vol huis; ze kunnen niet op kot vanwege financiële moeilijkheden. Dat vraagt meer aanpassing en tijd, en vormt dus een belemmering wat studies betreft. Dat zijn dingen waarop de VUB niet meteen een antwoord biedt.”

Wat je zegt is dus dat de universiteit wel diversiteit aantrekt, maar die moeilijk weet te behouden.

“Dat blijft een werkpunt. Mijn proffen waren, op één persoon na, ook allemaal wit. Met een naam als Stefan Smits had ik nochtans niet verwacht dat er een zwarte man de les binnen zou lopen. (lacht) Het was ook gewoon mooi om te zien; die representatie is iets dat echt kan helpen om diversiteit aan te trekken.

“In armoede opgroeien is een andere problematiek dan pakweg concentratie-problemen”

“Wel weet ik dat het Equality Team van de VUB onlangs veel heeft ondernomen rond gendergelijkheid en dat de doelen op dat vlak nu ongeveer bereikt zijn. Ik heb begrepen dat ze gaan veranderen van een gelijkheidsplan naar een diversiteitsplan en bovendien de focus gaan verleggen van gendergelijkheid naar etnische discriminatie. Dit is alvast een goede stap, want als je diversiteit aantrekt maar niet behoudt dan wek je de indruk dat het je enkel om de cijferkes te doen is.”

Op sociale media stel je je beschikbaar als aanspreekpunt voor advies omtrent politiezaken. Je bent 23 en student; word je ook vooral door jongeren gecontacteerd?

“Die groep mensen is heel divers. Alles en iedereen heeft mij al eens aangesproken (lacht). Grotendeels kwamen de vragen van mensen met een migratieachtergrond. Maar wat opviel tijdens de coronacrisis was hoeveel van hen het moeilijk hadden. Mensen die met een familie van zeven in een klein huis zitten en een luchtje gaan scheppen: bam, coronaboete. Alleen wonen en dan buiten met een vriend afspreken: bam, coronaboete. En er waren natuurlijk ook wat mensen die naar een feestje zijn gegaan. Die heb ik niet geholpen.”

“Als slachtoffers van zeden-feiten niet meteen weten waar ze terecht kunnen, loopt er toch wel iets mis”

Zitten daar ook VUB-studenten tussen?

“Ik krijg dagelijks berichtjes van mensen met juridische vragen, ook van studenten. Zij vragen dan om contextueel juridisch inzicht, maar ook over andere zaken. Een jonge vrouw vroeg mij eens hoe ze een zedenfeit het beste kon aanpakken. Dit laatste gebeurt dan omdat mensen hun weg niet hebben gevonden naar de VUB om daarover te praten of advies te vragen. Dan loopt er toch wel iets mis, want het is niet de bedoeling dat als zedenfeiten worden gepleegd op de VUB, door VUB-studenten, dat slachtoffers niet meteen weten waar ze naartoe moeten.”

Je geeft Know Your Rights-workshops aan jongeren en jeugdwerkers, werkt samen met politiekorpsen, je bent geëngageerd met A Seat At The Table (een platform dat kansarme Brusselse jongeren wil helpen om makkelijker door te stromen naar de bedrijfswereld, red.) én je voert onderzoek naar politiegeweld voor het European Network Against Racism. Ondersteunt de VUB je in jouw projecten?

“Ik heb nooit iets samen met de VUB ondernomen, maar heb ook niets aangeboden gekregen op dat vlak. Dat heeft eigenlijk niets met de universiteit te maken; ik ben hier enkel om te studeren (lacht). Hoe ik dat zou regelen, weet ik ook niet. Bij kringen en studentenverenigingen misschien, maar daar ben ik niet helemaal toe aangetrokken. Vaak heeft dat te maken met zuipen, en dat is leuk hè; doe je ding, maar ik heb niet het gevoel dat het kringleven mijn leefwereld raakt. Dat is niet iets waar ik aan kan bouwen of waar ik mijn tijd aan wil spenderen. Ik ken trouwens veel mensen met een migratieachtergrond die ook zeggen dat dat niks voor hen is.”

Vinden zij dan elders op de universiteit een groepsgevoel?

“Er begint zich nu wel een cultuur te vormen waar mensen van kleur ook gaan groeperen. In het begin was dat een groepje Marokkanen en Turken, maar dat is uitgebreid naar een groep met gelijkenissen die de witte Vlaming niet heeft. Je kunt dat zien als segregatie, maar wij hebben vaak geen platform dat onze raakvlakken faciliteert.”

Daar brengen jouw initiatieven verandering in. De focus lijkt dan wel te liggen op de nadelen die mensen met een migratieachtergrond ervaren.

“De nadelen die mensen van kleur ervaren zijn vaak anders dan de nadelen die witte mensen in België ervaren. Wij moeten harder werken om die extra hindernissen weg te werken; dat hoor ik ook van andere studenten met een migratieachtergrond. Dat heeft effect op je punten én je sociaal en campusleven. Toch zijn dat nadelen die de meerderheid van de VUB-studenten niet hebben. Dus pakt de universiteit dat ook minder grootschalig aan. Dan gebeurt het dat er vanuit de eigen omgeving gerichte hulp komt.”

Zou de VUB hier volgens jou een grotere rol in mogen spelen?

“Ik kan wel een voorbeeld geven waarin ze dat zouden kunnen doen. Ik zit zelf in de opleidingsraad en hoor daar elk jaar klachten over grootschalige taalachterstand. Op dat vlak vond ik persoonlijk dat ik in het begin niet de ondersteuning kreeg die ik nodig had. Ik probeerde zelf bij de VUB hulp te vinden om mijn taal te versterken met de gratis cursus academisch Nederlands. Als je daarnaast een volwaardige taalcursus wil volgen moet je 300 tot 400 euro op tafel kunnen leggen. Wanneer je alles zelf moet betalen, dan is die keuze snel gemaakt.

“Ik heb regelmatig vrienden of kennissen gevraagd om dingen in detail na te kijken, en natuurlijk heb ik daarmee geluk gehad. Er zijn veel andere mensen van wie ik weet dat zij die connecties niet hebben. Zij schrijven dan een paper vol taalfouten, en krijgen daarvoor slechte punten, terwijl de inhoud top is. Dat heeft allemaal effect, en ik heb niet het gevoel dat de VUB mij of ons daarin voldoende heeft kunnen ondersteunen. Ik weet niet hoe het nu zit, maar als het hetzelfde is als vier jaar geleden dan is er nog werk aan de winkel.”

Corona kwam ook in Brussel aankloppen. Hoe probeerde je je projecten verder te zetten tijdens de lockdown?

“Die zijn eigenlijk bijna helemaal stilgevallen omdat ik met mensen werk, en bovendien vaak op locatie. Dat element is door de huidige gezondheidscrisis weggevallen. Hier en daar beginnen mensen wat creatiever te worden met technologie en werken ze met Zoom, Facebook en Instagram livesessies. Toch werkt dat niet op hetzelfde niveau als bij fysieke lezingen. Mijn lezingen slonken van twee per week naar een per maand. Maar dat begint, nu de maatregelen weer wat soepeler worden, opnieuw terug te komen. Deze week alleen heb ik al tien boekingen gehad.”

Om wat lichter te eindigen: wat doe jij voor jezelf en niet voor anderen, kortom: wat doet Yassine graag?

“Goede vraag. Wat ik voor mezelf doe is sporten. In het middelbaar volgde ik een sportopleiding en ik ben daar ook mee bezig gebleven. Ik sta elke dag vroeg op en ben om acht uur als een van de eersten in de fitness. Ik hou die ochtenden altijd vrij. Slechts heel uitzonderlijk offer ik mijn ochtend op aan werk, verantwoordelijkheden of mijn studie. Maar daarnaast doe ik ook natuurlijk dingen met vrienden, ik heb ook een leven hè.” (lacht)

0 Comment