Zelfvergiftiging

Ik dartel al meer dan twee decennia op deze aardkloot rond, behaalde diploma’s, verhuisde meerdere keren en vond werk. Dat klinkt vrij volwassen, zij het niet dat ik anno 2020 nog steeds geloof dat shoppen, pizza en wijn een vorm van zelfzorg is.

Tekst: Lien Delabie
Beeld: wieste

Eind vorig jaar kreeg ik de vraag: “Wat is iets dat je echt enkel voor jezelf doet?”. Ik had toen geen idee. Schrijven doe ik voor mezelf, maar doe ik ook omdat ik weet dat de media waarvoor ik vrijwillig woorden uitkots, verwachten dat ik van tijd tot tijd een bijdrage lever. Uitgaan met vrienden doe ik voor mezelf, maar doe ik soms ook omdat ik schrik heb voor hun afwijzing als ik kies om een avond thuis te blijven. En de films die ik bekijk zijn ook voor mezelf, hoewel ik als recensent evenzeer films bekijk omdat ik het gevoel heb dat het ‘moet’ als ik serieus genomen wil worden.

Na een heftige brainstorm kwam ik enkel op kaas. De smeuïge textuur van gesmolten cheddar op mijn enchilada’s, de zoute smaak van Oud Brugge op mijn boterhammen, de stinkwalm die ik gretig in me opneem als ik honing giet over mijn toast gorgonzola. En ik doe het voor mezelf, want ondanks mijn sympathie voor het veganisme kan ik kaas nog steeds niet laten. Maar is dat het dan? Die fameuze zelfzorg waar influencers van den Aldi hun mond vol van hebben?

Met een vermoeid brein dat aan een snelheid van honderdduizend toeren draait, heb ik die zelfzorg nochtans nodig. Ik heb nood aan een doosje waarin ik mijn kopzorgen even kan opbergen om die erna met een alert hoofd afzonderlijk aan te pakken. En nou ja, kaas doet me vooral in de zetel ineenzakken.

Het was pas toen ik onder lichte druk mijn loopschoenen weer aantrok, dat ik het begreep. Een tijdlang keek ik meewarig naar de Strava-spammers die zichzelf iedere week overtroffen met meer kilometers in steeds minder tijd. Uitslovers vond ik ze. Nu ben ik er zelf zo eentje, zo’n zie-mij-gezond-goeroe, ondanks dat ik mijn routineuze toertjes vooralsnog voor mezelf hou. Want het gaat niet om het ontzag dat ik kan verwerven rond mijn groeiende conditie, het gaat om de energie, de runner’s high en het gevoel van zelfwaarde dat ik in ruil krijg als ik over het asfalt plof. De eerste kilometer is de hel, de andere vier-vijf-zes-zeven zijn een rustgevend walhalla waarin ik een connectie vind met mijn lichaam in plaats van mijn geest.

Zelfzorg is dus vooral niet the easy way out, helaas. Ook al is het heerlijk om je hoofd even uit te schakelen op een hedonistisch avondje uit, kort erna bevind je je algauw weer op hetzelfde doodlopende straatje. En ook de ‘treat yoself’-culture van bath bombs, gin-tonics en hippe sweaters brengen maar weinig zoden aan de dijk als je de dag nadien in paniekmodus schiet bij het zien van je lege bankrekening.

In plaats daarvan ben ik de uitgeholde term zelf gaan invullen. Voor mezelf zorgen is onder andere de moeilijke gesprekken met vrienden aangaan over die kopzorgen, je openstellen voor de shit die in je zielskrochten ronddwaalt, en hun eveneens de kans geven om hun shit te delen. Niet enkel kaas eten dus, maar ook elkaars kak en miserie. Het is professionele hulp zoeken als voldoende slaap en gezonde voeding het hem niet doen. En het is minutenlang blijven lopen, helemaal voor jezelf.

0 Comment