VUB in rectorspect: Paul De Knop

“De vrijzinnigheid is enorm verwaterd”

Door Jan Meeus

Beeld: Marit Galle

Dat de VUB een jubileumjaar viert was je wellicht niet ontgaan. Na vijftig jaar VUB is een terugblik dan ook op z’n plaats. Een academiejaar lang spreken we met oud-rectoren die de universiteit brachten waar ze nu is. In deze aflevering is de voorganger van Caroline Pauwels, Paul De Knop aan de beurt.

Paul De Knop studeerde aan de VUB tussen 1972 en 1978 en was er vanaf het prille begin bij. Later schopte hij het rector, die functie bekleedde hij van 2008 tot 2016. Tegenwoordig zet de oud-rector zich via zijn Fonds Paul De Knop in voor onderzoek naar immuuntherapie als behandeling voor melanoomkanker, de ziekte waar hij zelf ook aan lijdt. We spreken De Knop in een zaal aan de EhB in Jette, voor een benefiet die hij organiseert. In het weekend staat er nog één gepland en tijdens ons gesprek gaat zijn telefoon nog meerdere malen af: de prorector lijkt nog niet uitgestreden.

Hoe kijkt u terug op uw tijd als rector?

Paul De Knop: “Het waren acht fantastische jaren. De VUB is jong, dynamisch en in groei. Maar ook in moeilijkheden en dat is de uitdaging. Je kan dingen realiseren. Je leert je collega’s beter kennen en hun enthousiasme. Ik heb ook de studenten beter leren kennen. Ik gaf heel graag les, maar kon de studenten als rector ook vanuit hun beleidsmatige kant leren kennen. En ik moet zeggen: zij kénden hun dossiers en gingen ervoor. Dat was fantastisch. Ik kijk er met heel veel plezier, en zelfs met een beetje heimwee, naar terug. Acht jaar is lang als je het moet doen, maar kort als je dingen wil realiseren. Je moet er onmiddellijk voor gaan. En dat was mogelijk. Ik heb heel veel steun gekregen van de administratie, heel toegewijde mensen.”

“Ik zou niet gedurfd hebben wat Caroline Pauwels gedaan heeft”

Paul De Knop

Paul De Bouwer

Op welke verwezenlijking bent u het meest trots? Of wat waren hoogtepunten?

“Er zijn er zo veel geweest. Ten eerste de infrastructuur. Uit een onderzoek bleek dat studenten, maar ook ouders en tegenwoordig ook grootouders geïnteresseerd zijn in hoe de infrastructuur eruit ziet. En ik vind dat we daar aan de VUB te weinig in geïnvesteerd hebben. Vandaar dat ik projecten als de nieuwe studentenkamers in de XY-gebouwen heb opgestart. Ik ben heel blij dat we dat hebben kunnen realiseren, net als de U-residence, de vernieuwing van het zwembad en de kunstgrasvelden op de atletiekpiste. In Jette hebben we het moeilijke dossier van tram 9 tot een einde gebracht.”

“We hebben dat gedaan met heel weinig middelen van de VUB. De U-residence heeft de VUB geen euro gekost, net zoals de kunstgrasvelden. Voor het zwembad heb ik enkel de afbraak van het bestaande zwembad door de VUB laten betalen, de rest allemaal extern. En XY hebben we gefinancierd met het geld van de bedrijven. We leenden bij de bedrijven en dat maakte het goedkoper dan lenen bij de banken. De studenten hebben mij daar enorm op aangevallen.”

VUB gaat op de beurs, was de perceptie.

“Ja men dacht dat De Knop de VUB ging privatiseren. Ik heb dan moeten uitleggen, ook aan de minister, dat ik de VUB niet privatiseer, maar gewoon in plaats van bij de bank bij de bedrijven leen. En de return on investment, de zekerheid van de investering, trok de bedrijven aan. Dat maakt dat ik vier miljoen minder heb moeten lenen, dan wanneer ik naar de bank zou zijn gegaan. Daardoor kunnen we goedkopere studentenkamers aanbieden.”

“Ook al ben je klein, je kan sterk zijn”

Paul De Knop

Het calimerocomplex

Een andere verwezenlijking waar De Knop trots op is, is de verandering van de huisstijl, op het einde van zijn mandaat. “We zijn teruggekeerd naar de oorsprong: oranje, blanje, bleu. De geuzen, de vrijzinnigheid, de ontstaansreden van de VUB.” De Knop vindt het jammer dat de studenten er toen tegen waren. “We hebben dat toen verkeerd aangepakt, te weinig overleg gepleegd. De studenten kenden niets anders dan het oude groen-witte logo en waren ertegen. Dat vind ik heel jammer, want ik had een goede relatie met de studenten. Maar ik blijf erbij dat we nu zichtbaarder zijn, en ik ben er nog altijd heel tevreden over.”

“Ook op ander vlakken heb ik geprobeerd om het calimerocomplex weg te nemen. Er heerste aan de VUB een gevoel dat we te klein zouden zijn. (overtuigd) Neen, wees eens fier. Ook al ben je klein, je kan sterk zijn. Ik heb zo’n spirit ingebracht, bijvoorbeeld met evenementen zoals de eredoctoraten en de academische opening. Mijn opvolgster is daar nog verder in gegaan en heeft het nog verbeterd. Ik zou het niet gedurfd hebben, wat zij gedaan heeft. Vorig jaar was de receptie in het Warandepark. Als het dan regent, staat iedereen daar mooi uitgedost. En dit jaar in het Jubelpark met de Koning. Ik vond het alleen jammer dat er een scheiding gemaakt werd. De rectoren deden een fantastisch statement: ze legden hun toga’s af en zeiden ‘wij willen geen onderscheid maken, wij zijn allemaal gelijk’, maar dan is er wel een VIP-receptie. Dat vind ik een beetje contradictorisch. Maar wat ik wil zeggen: mede door die evenementen leeft er terug een spirit.”

“Nog een mooi moment is een collega, die op het einde van mijn acht jaar naar me toe kwam en zei ‘Kijk, Paul, ik ga eerlijk zijn. Ik had acht jaar geleden niet voor u gestemd, omdat ik een rector uit de gymnastiek zeer eigenaardig vond. Maar je hebt bewezen dat een sportman wel doelen wil realiseren en aan de eindmeet wil komen’. Dat vond ik ook een heel mooi moment. Hij vroeg nog of ik hem dat kwalijk nam, absoluut niet, waarom zou ik?”

De internationale toer opgaan zal voor de happy few worden, vrees ik

Paul De Knop

Wat vindt u van het Vlaamse regeerakkoord, van het luik ‘onderwijs’?

“Deze regering heeft aangekondigd dat ze gaan investeren. Maar ze besparen meer dan ze investeren. Ze investeren in het kleuteronderwijs, maar dat zal ten koste zijn van het secundair en hoger onderwijs. Dus men gaat een aantal dingen terugschroeven, het sociale zal een stuk wegebben. Waar eigenlijk iedereen op internationale toer zou moeten kunnen gaan, zal het voor de happy few worden, vrees ik. Vroeger bestond dat al hè, de Grand Tour, waarbij de aristocratie in Frankrijk en Italië cultuur ging opsnuiven.”

“Ik vrees dat de universiteit zal moeten besparen en dan pas dingen zal kunnen doen. De VUB doet het zeer goed; we hebben meer studenten, maar per student gaan we minder geld hebben.”

Over het vijftigjarig bestaan: u bent lang actief geweest aan de VUB. Wat is een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de VUB?

“Het belangrijkste is voor mij de oprichting. En dan bedoel ik in 1834, samen met de ULB. Waarom is de Université Libre de Belgique opgericht? Omdat er een universiteit was, maar dat was de Katholieke Universiteit Mechelen, die later naar Leuven is verhuisd. Je moest bij wijze van spreken Christen zijn om te mogen studeren. En de vrijzinnige liberalen, voornamelijk Franstalige Brusselaars, vonden dat dat niet kon en hebben een universiteit opgericht. De stichtingsdatum van de ULB is voor mij het belangrijkste.”

“Een tweede belangrijk moment is natuurlijk de ontvoogding, vijftig jaar geleden, maar die al vroeger was begonnen met een Nederlandstalige afdeling binnen de opleiding Rechten aan de ULB. De ontvoogding betekende dat we op eigen benen moesten staan. Ik heb die periode gekend; ik heb gestudeerd van ‘72 tot ‘76 en dan nog twee jaar. Dat was het prille begin. Als we op de ULB-campus van de les naar de studentenkamers gingen, moesten we onze laarzen aandoen. Dat gaf wel de spirit dat we ervoor wilden gaan”

Heeft u nog herinneringen aan uw studententijd?

“Absoluut. Ik was eigenlijk voorbestemd om naar Gent te gaan, omdat mijn charismatische leraar Lichamelijke Opvoeding van Gent was. Maar ik woonde op de Linkeroever in Antwerpen, en omdat mijn bus niet door de Konijnenpijp geraakte, miste ik de bus naar Gent. De UGent heb ik dus niet gezien en de week erop ging ik op bezoek in Brussel. Ik heb daar een prof bezig gehoord over de opleiding en ook over het vrijzinnig gedachtegoed: wauw, hier moest ik zitten. Ik ben blijven hangen en heb het me nooit beklaagd. Ik heb heel goede herinneringen aan die tijd, maar ook slechte. Ik was geen brosser, maar ik vond het auditorium van de allereerste les op de ULB niet. Het was een prof die het auditorium op slot deed, dus al wie te laat was, kon niet meer binnen. En ik stond afwezig de allereerste les.”

“In het prille begin moesten we onze laarzen aandoen om naar de studentenkamers te gaan”

Paul De Knop

Hoe denkt u dat de vrijzinnigheid en het vrij denken sindsdien is geëvolueerd?

“Dat is enorm verwaterd. En het gevaar met internationalisering is natuurlijk dat het nog meer zal verwateren. In het buitenland betekent het ‘vrije’ in onze naam iets helemaal anders. Dus hoe meer buitenlanders er komen, hoe groter de diversiteit van de studenten- én professorenpopulatie, en hoe meer de vrijzinnigheid zal verwateren. De vrijzinnige beweging is ook afwezig in de grote maatschappelijke debatten. Vroeger hadden wij als studenten een cursus wijsbegeerte. Ik heb geprobeerd als rector om dat als verplicht vak terug in te voeren, maar de decanen wilden dat niet doen. Het keuzevak Redelijk Eigenzinnig, met allerlei thema’s, was het enige dat we konden verkopen. Ik moet eens vragen of het wel een succes is.”

Het verkoopt niet zo goed.

“Het is ook te vrijblijvend en het heeft geen duidelijk profiel. Je moet ook iemand hebben die het goed kan brengen. Jean-Paul Van Bendegem in der tijd kon dat perfect in alle richtingen, op een humoristische manier. Maar in Gent, met Freddy Mortier, vroeger Etienne Vermeersch, Maarten Boudry… het leeft daar precies meer.”

Topuniversiteit

Een ander symbolisch hoogtepunt uit het rectorschap van De Knop was een expeditie naar de Mount Everest. “Rik Torfs had mij uitgedaagd door te stellen dat er in Vlaanderen maar één topuniversiteit is. Ik heb ervoor gezorgd dat er maar één universiteit op de top van de wereld staat. Ik ben zelf meegegaan tot zesduizend meter en heb de vlag van de VUB op de top laten planten. En we hebben de foto naar Rik gestuurd.”

Voor die expeditie werd er bij De Knop leukemie vastgesteld. “Ik kon dat niet geloven. De dokters zeiden dat ik ernstig ziek was, maar ik wist het nog niet omdat het nog niet was uitgebroken. Mijn vrouw wou absoluut niet dat ik ging, maar ik heb dat toen wel gedaan, omdat ik het jaar erop misschien niet meer zou kunnen. Ik maakte de afspraak dat ik op de dag dat ik stopte als rector naar het UZ zou gaan en mij zou laten onderzoeken op alle mogelijke diensten.”

“Ik doe dat, de eerste dag. Bij de eerste consultatie, dermatologie, vindt men een vlekje op mijn kuit. De dermatoloog twijfelt en laat het onderzoeken. Tien dagen later krijg ik het verdict: melanoomkanker. Uitgezaaid. Ik zat in de finale fase van kanker. Mijn wereld stortte in. Ik zou voorzitter worden van de instituten Lichamelijke Opvoeding in Europa, maar dat heb ik afgezegd, omdat ik niet kan garanderen dat ik het zou kunnen doen. Dus ik heb mijn internationale plannen laten varen om mij te laten behandelen. Ik heb tien operaties gehad, 25 bestralingen, 25 sessies immuuntherapie, twee keer per dag chemo, tot in mei nu. Toen bleek dat mijn nieren en schildklier door de therapie zijn aangetast. Men is nu op zoek naar een oplossing.”

Ondanks die ziekte horen we aan alle inkomende telefoontjes dat u nog steeds druk bezig bent. Wat heeft de toekomst nog in petto voor u?

“Wel, na mijn vertrek heb ik gezegd aan Caroline: ‘ik wil niet in de weg lopen, dus ik kom niet in het beleid. Je mag me altijd vragen voor hulp en advies, maar ik neem geen functie op. Als jij het goed vindt, wil ik wel de projecten waar ik mee begonnen ben proberen tot een goed einde te brengen’. Dat is dus onder andere de kazernes ombouwen tot een internationale studentensite, het Learning and Innovation Center… Maar ik had ook recht op een sabbatical van twee jaar. Die heb ik gespreid over vier jaar halftijds. Ik mag me dus bezig houden met wat ik wil.”

0 Comment