Dossier dopen: Wietse Wiels en Jean Paul Van Bendegem

© Katrijn Devlaminck, de Moeial
Vorige week zondag, 30 oktober, werd het startschot gegeven voor de facultaire studentendopen. Traditioneel gaan dopen gepaard met de nodige kritiek. Dit jaar werd de discussie op gang gebracht door de open brief die Joël De Ceulaer publiceerde in De Morgen. Wietse Wiels, VUB student en ex-voorzitter van de geneeskundige kring en professor Jean Paul Van Bendegem, wiskundige en filosoof aan de VUB, werpen hun licht op het fenomeen.

Wietse Wiels

Beste student, maak vooral je eigen keuzes!
Een vrijzinnig-studentikoze respons.

Recent beroerde een opiniestuk in De Morgen nogal wat gemoederen. Doorwinterd journalist Joël De Ceulaer riep studenten aller campussen op om zich te distantiëren van het studentikoze gebeuren in al haar vormen. Dat is uiteraard zijn goed recht als mens en als opiniemaker. Het staat ons evenwel minstens even vrij om enige bedenkingen te formuleren bij zijn denkpatroon.

“De VUB zou ook de VUB niet zijn moest er een redelijk eigenzinnig kantje verbonden zijn aan ons doopritueel.”

Wietse Wiels

Ik durf bovendien zonder schroom stellen dat bij ons op de VUB, of toch op het zo mogelijk nog kleinere eiland in Jette, het er anders aan toe gaat. Eerstejaars krijgen op voorhand de exacte uitleg van wat de doop precies inhoudt. De keuze om deel te nemen staat volledig vrij en gratuite vernederingen zijn absoluut uit den boze. Er wordt meestal zelfs expliciet vermeld dat je er niet minder om behandeld zal worden wanneer je beleefd weigert om deel te nemen maar dat het gewoonweg leuk is en een sterke band schept. Keuzevrijheid staat centraal: alcohol en andere psychoactieve stoffen zijn dan ook absoluut verboden tijdens de dopen.
De vaststelling dat een groepje door testosteron en te veel geld geplaagde mannen onder elkaar niet bepaald altijd even vrouwvriendelijk zijn, is pijnlijk en betreurenswaardig. Deze problematiek integraal in de schoenen van de verschillende studentikoze tradities schuiven is evenwel intellectueel oneerlijk en bovendien een schoolvoorbeeld van het bad company-argument, de drogreden van schuld door associatie. Middels bovenstaande gedachtegang zou De Ceulaer bijvoorbeeld even goed voetbalclubs in twijfel kunnen trekken. Denk hierbij maar aan de vechtpartijen, het drankmisbruik, de bedenkelijke politieke opinies aan de toog, enzovoort. Beroep doen op allerlei broodje-aapverhalen in combinatie met bestaande excessen is wel erg gemakzuchtig voor een anders zo kritisch journalist. Geen weldenkend mens heeft er bovendien problemen mee dat feitelijke misdrijven of gewelddaden ook vervolgd worden en de betrokkenen streng gestraft. Wanneer trouwens met regelmaat van de klok bemerkt wordt dat de kans om slachtoffer te worden van een terroristische aanslag vele grootteordes kleiner is dan bijvoorbeeld de kans op een auto-ongeval of huiselijk geweld, is het wel zo eerlijk om dezelfde bemerking te maken bij het tentoonspreiden van studentikoze uitspattingen.
De VUB zou ook de VUB niet zijn moest er een redelijk eigenzinnig kantje verbonden zijn aan ons doopritueel. Het gebeurt naakt. Hier wordt regelmatig en uitvoerig naar verwezen door collega’s uit andere steden wanneer ze het weer eens te bont gemaakt hebben met dierlijke organen, fysieke folteringen, en andere weinig gesofisticeerde praktijken. Uit ervaring kan ik echter meegeven dat ik op zeven jaar tijd nog nooit iemand heb ontmoet die spijt had van zijn beslissing. Iedereen die ik sprak vertelde me dat hij zich kostelijk amuseerde die avond. Voor de volledigheid: de grootste spelbreker is meestal de temperatuur, aangezien de doopperiode begin november valt. Dat enkel toeschouwers die ooit hetzelfde lot ondergingen toegelaten zijn is de regel, zonder uitzonderingen.

“Voor de volledigheid: de grootste spelbreker is meestal de temperatuur, aangezien de doopperiode begin november valt.”

Wietse Wiels

Met het besef dat ook wij niet onvatbaar zijn voor rationaliseringen en a posteriori vergoelijkingen, geef ik graag nog enkele aspecten van ‘onze’ studentikoziteit mee. Met de geest van de VUB en de (niet?) georganiseerde vrijzinnigheid indachtig, is het de bedoeling dat de nieuwe rekruten gaandeweg begrijpen dat het hele gebeuren, naast het algemene amusement en het scheppen van een band tijdens de minder ‘formeel’ studentikoze aangelegenheden, vooral één grote parodie is. Niet voor niets dragen de hoogwaardigheidsbekleders van een kring of club vaak toga’s en andere tekens van gezag. Dit gebruik ontstond wellicht tijdens de late middeleeuwen om de draak te steken met de clerus en de magistratuur. Zonder uiteraard als een weinig doelgericht irritator de pret voor de rest te bederven (samenzang bijvoorbeeld is weinig harmonisch wanneer iemand aandringt op het brengen van een vrije versie) is het de bedoeling dat de eerstejaars zich na een tijdje afvragen waar al die regeltjes en gebruiken nu precies vandaan komen en tot welk nut ze dienen. Quo warranto? In dit opzicht bestaat er trouwens een mogelijke link met bepaalde maçonnieke tradities, kwestie van toch één cliché over de VUB te respecteren, zoals al door De Ceulaer werd aangeraakt. Op deze manier beogen we dat de student zich in zijn verdere carrière niet zomaar meer zal laten doen door een overste, een prof, een journalist, of wie dan ook, wanneer deze enkel zijn status of gezag als argument kan voorleggen.
Volgens mijn indruk zijn het trouwens expliciet gedoopte studenten die in de minderheid zijn aan de meeste universiteiten en hogescholen. Het beeld van de heroïsche conscientious objector dat De Ceulaer oproept heeft bijgevolg weinig grondslag in de werkelijkheid. Het feit dat het de aangevatte studies op één of andere manier moeilijker zou maken om niet bij de groep te horen, lijkt me met de waarheid in strijd.
De werkelijkheid toont ons dat studentenverenigingen zich bevinden op een spectrum. Dit reikt van gezellige marihuanagezelschappen over studiegroepen en drinkebroers tot de ronduit militaristische scharen van extreemrechts. De vaststelling dat doop- en ontgroeningsrituelen van de plaatselijke Chiro of scouts wellicht milder zijn dan die van het Russische leger, zorgt er hopelijk voor dat een rationele en psycho-sociologische analyse van het fenomeen niet te snel vervalt in veralgemeningen en non sequiturs.
Beste studenten, ga daarom vooral zelf eens kijken wat je van je lokale kringen en clubs vindt. Stel de vraag aan bekenden en aan klasgenoten en laat je niet leiden door columns noch door al te sadistische schachtentemmers. Niets voor jou? Geen enkel probleem. Het leven als student biedt meer dan genoeg andere geneugten. Om het met de leuze van Horatius en de UGent te zeggen: sapere aude.

Gaudeamus

Wietse Wiels

Jean Paul Van Bendegem

De “kwestie” van de dopen is wat mij betreft vrij eenvoudig. Dat iets wordt georganiseerd om de overgang te markeren van middelbare scholier naar zelfstandige universiteits- of hogeschoolstudent vind ik bijna triviaal. Alle grote momenten in een mensenleven worden op deze wijze ingevuld: geboorte, volwassenwording, partnervorming (met het huwelijk als bijzonder geval) en dood. Er zijn uiteraard nog meer momenten en het valt op dat bij veel culturen deze  gemarkeerd worden met rituelen.

“De huidige invullingen van een doop zijn, laat ons eerlijk zijn, banaal en weinig verheffend.”

Jean Paul Van Bendegem

Dat is voor mij een tweede belangrijk punt: dat de overgang op een rituele wijze wordt ingevuld. Ik zal nu niet ingaan op mijn indruk dat we in het Westen in een maatschappij zijn terechtgekomen die quasi geen rituelen meer kent en dus dringend nood heeft aan een “herritualiseren” van het dagelijkse leven. Nu, als het daarover gaat, kan men moeilijk klagen dat er een gebrek zou zijn aan ritueel in de huidige klassieke dopen.
Maar nu kom ik tot mijn derde punt en dat is wel een punt van kritiek: probeer toch, als het enigszins kan, meer creatief te zijn. De huidige invullingen van een doop zijn, laat ons eerlijk zijn, banaal en weinig verheffend. Maar ik weet dat er faculteiten zijn waar men probeert creatiever met dopen om te gaan door te zoeken naar andere invullingen van “beproevingen”. Ooit heeft men een studente op mij afgestuurd met de opdracht mij te overtuigen dat oneindigheid wel degelijk bestaat. Kijk, dat vind ik fantastisch, daar zit humor in en tegelijkertijd is het wel degelijk een beproeving.
Dus: alstublieft, wees creatief! Verras mij, laat zien dat de student van de toekomst er één is die voldoende verbeelding heeft om dit onnozel planeetje van ons te behoeden voor alle stommiteiten die we dagelijks begaan.

Jean Paul Van Bendegem

0 Comment