Het relaas van een gefrustreerde studentenvertegenwoordiger

© Vrije Universiteit Brussel
Door Emma Op De Beke
Met veel interesse heb ik artikel Stemmen, maar geen stem krijgen gelezen. Zij die in dit stuk een sprankelend weerwoord verwachten dat namens de VUB-Studentenraad alle punten van kritiek weerlegt, mogen nu al ophouden met lezen, dat komt er niet. Ik geef de schrijver van het opiniestuk namelijk grotendeels gelijk. Vier jaren in de Studentenraad hebben mij een ontnuchterend beeld gegeven van de democratie aan de VUB. Laat ik kort zijn: die is er niet. Het is een farce, zoals al eerder in De Moeial werd aangehaald.
Het begint al met het aantal studentenvertegenwoordigers dat zich opgeeft. Niet eens alle facultaire posities worden ingevuld en voor de meeste zijn er evenveel kandidaten als plaatsen. Kan je van democratie spreken als je geen keuze hebt tussen de kandidaten? Ze zijn te nemen of te laten.

Daarna begint de meest stressvolle periode van het jaar voor de meeste studentenvertegenwoordigers: medestudenten overhalen om op hen te stemmen, oftewel tijdelijk de meest gehate persoon van de campus worden. De VUB heeft immers een quorum van 25 procent ingesteld en alleen bij het behalen van dat quorum zijn de verkiezingen geldig

Daarbij is het van belang dat het niet de studentenvertegenwoordigers zijn die zo graag dwepen met het concept van democratie aan de VUB. Als het aan ons lag, werd het opgelegde quorum opgeheven. Dan halen we het woordje ‘democratisch’ uit onze statuten en stoppen we met de show. Maar zoiets kan niet; een Stuvoraad organiseren is een decretale verplichting en bovendien is er de rijke geschiedenis van studentenparticipatie die de VUB zo graag vermeldt. We zijn tot het het woord ‘democratisch’ veroordeeld en proberen er dan maar het beste van te maken en het te gebruiken in de strijd om stemmen te winnen.

Uitgedroogde vijver

Genoeg over het jaarlijkse symptoom dat men verkiezingen noemt en even inzoomen op de pathologie zelf: de samenstelling en het functioneren van de Studentenraad. De Studentenraad is samengesteld uit studenten uit verschillende faculteiten die zich allemaal vrijwillig opgeven. Zoals eerder vermeld, is de vijver waaruit men kandidaten vist ondiep en bijna leeg. Men kan zelfs stellen dat de meeste kandidaten zich moreel verplicht voelden om op te komen; omdat er anders gewoon geen vertegenwoordiging zou zijn.

Als deze Chinese vrijwilligers na een helse stemperiode eindelijk verkozen zijn, moet er – als het aanwezigheidsquorum de installatie van een nieuw bestuur al toelaat – een voorzitter worden gekozen. Een voorzitter is meestal een persoon die het meest bereid is om zijn studies te riskeren in ruil voor een cv-boost. Meestal wordt deze persoon van bij het begin van het jaar door zowel het vicerectoraat Studentenbeleid als zijn mederaadsleden onder druk gezet: “Iemand moet het toch doen?”

Hetzelfde geldt voor het verkiezen van een vicevoorzitter, die ervoor moet zorgen dat de voorzitter er niet alleen voor staat. Eens verkozen, wordt dit kersverse bestuur direct geconfronteerd met een gigantische stapel dossiers en een flinke dosis bureaucratische bezigheidstherapie. De werklast van de Studentenraad is tenslotte niet te onderschatten. Eerst en vooral moet iedereen wennen aan de gang van zaken, we zijn immers niet allemaal rechtenstudenten en dossiers zijn complex. Daarna moeten bestaande dossiers worden opgevolgd en wordt er heel veel vergaderd, zowel binnen de raad als met andere raden en commissies.

Desinteresse

Aangezien van de twintig verkozen leden uiteindelijk maar een achttal echte enthousiastelingen (oftewel sadomasochisten) overblijven om het gros van het werk te doen, valt er een hele grote last op weinig schouders. Van de andere leden mogen we al blij zijn dat ze op de plenaire vergaderingen komen opdagen zodat we in quorum zijn.

De werklast met onze studies combineren is moeilijk. Kijk maar naar de vorige twee voorzitters: de een moest het voorzitterschap naast zich neerleggen en de ander moest zijn afstuderen een jaar uitstellen. Ondertussen moeten we naast het gewone reilen en zeilen van de Studentenraad ook nog eens de tijd vinden om het hele communicatiesysteem te veranderen.

Wat betreft het voorstel voor de massamails kan ik kort zijn: niemand leest ze. VUB-studenten zijn nu eenmaal ongeïnteresseerd in de administratie tenzij het hen persoonlijk aanbelangt, kijk maar naar de kotenkwestie. Op de infosessies die de Studentenraad in februari hield kwam welgeteld dertig mensen opdagen. Blijkbaar is zelfs een gratis vat en een receptie na een kleine informatiesessie over de Studentenraad hun aandacht niet waard.

Existentiële vragen

Gelukkig is er altijd nog De Moeial waarop we kunnen vertrouwen. Het eeuwig kritische studentenblad van de VUB dat nooit een aardig woord voor de studentenraad overheeft; zelfs niet in de jaren waarin de Studentenraad eigenlijk best goed draait. De kritiek van De Moeial is nooit ongefundeerd, maar ze mist vaak nuance (hand in eigen boezem: dat mist deze tekst evenzeer). In het opiniestuk Stemmen, maar geen stem krijgen worden we valselijk beschuldigd van het dwepen met een vals beeld van democratie. Nochtans: als er iemand frustraties heeft over de studentenverkiezingen, zijn wij het wel.

Vier jaar lang heb ik een mandaat vervuld in de studentenraad, voelde ik me verantwoordelijk voor mijn medestudenten en heb ik geprobeerd zo goed mogelijk in ieders bestwil te handelen. Wat heb ik ervoor teruggekregen? Kak met bonen. Dagen tijdverlies door de belabberde verbinding tussen Jette en Etterbeek, cv-vulsel waar ik niets aan heb als toekomstig huisarts en en één keer per maand slechte broodjes. Dat De Moeial me daarna nog even komt zeggen dat ik een hypocriet ben omdat ik de titel ‘democratische studentenvertegenwoordiger’ draag, kan er dan nog wel bij. De fout voor de impopulariteit van de Studentenraad zou volledig bij ons liggen en niet bij de VUB-studenten? Ik heb mijn twijfels over die conclusie en zoals zo vaak de afgelopen vier jaar vraag ik me af waarom ik het eigenlijk allemaal doe.

De Moeial schiet telkens weer op mensen die het beste voorhebben met de studentenpopulatie en er het beste van proberen te maken. Als ik zie hoe hard de studentenvertegenwoordigers dit jaar gewerkt hebben voor geen enkel persoonlijk gewin, dan is één ding duidelijk: mijn collega-raadsleden verdienen beter.

Emma op de Beke studeert geneeskunde en is vicevoorzitter Externe Communicatie van de VUB-Studentenraad. Ze schrijft dit stuk in eigen naam.

0 Comment