Rockrace Voorronde 5: Als de ambassadeur van Israël maar niet binnenkomt

De review van de vijfde voorronde, een dag later dan gepland. Jullie klachten kunnen jullie kwijt aan de ambassadeur van Israël. De schuld van onze vertraging en nogal hoge werkdruk ligt immers bij hem. Gelukkig speelden er maandagavond geen voor Israël zogenaamd staatsgevaarlijke groepen, zodat een interventie van de ambassade de Rockrace bespaard bleef.

Whispering Sons

‘Crisis’, ‘geest van de jaren ‘80’, ‘gitzwart’, ‘postpunk terug van weggeweest’. Kijk eens aan, zodra muziek ter sprake komt die zich verzet tegen de poeslieve, theatraal-pathetische, op dramatische climax beluste Vlaamse slappezakkenmuziek van de saaiere blanke middenklasse die ons teistert op Studio Brussel of De Nieuwe Lichting, dan is het wachten op de karikaturen. Postpunk terug van weggeweest? Het komt uit de mond van dezelfde mensen die Nouvelle Vague’s cover van Love Will Tear Us Apart propageren. Vanzelfsprekend verworden zij algauw tot een onzer vijanden.

Hoe kan een genre weggaan en terugkeren? Op vakantie gaan? Uitzweten in een ontwenningskliniek? Welneen, zij die dit soort cliché’s bezigen, bedoelen gewoon een terugkeer naar de harde lijn, muziek ontdaan van alle uitstappen naar andere genrefranjes. Wij hebben respect voor die hardliners. De muziekgeschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog kenmerkt zich door achtereenvolgens pioniers, een rist volgers, de heruitvinders en de hardliners. Een beetje zoals de wereldpolitiek, minder bloederig maar, zeker wat de hardliners betreft, even hardleers.

Whispering Sons klonk verdomd goed in het Ritscafé. Je hoort dat het vijftal nauwkeurig de verschillende accentverschillen in de set heeft uitgedacht: de synths als drijvende kracht van het openingsnummer en de afsluiter (je weet dat het goed zit als je backingvocals in de synths gaat hallucineren), de nerveuze gitaar in ‘Midlife’, de bas in de cover van The Soft Moons ‘Insides’. Whispering Sons doet niets nieuws. Maar dat hoeft ook niet altijd.

© De Moeial, Manly Callewaert

Sher Khan

“Ik vond ze nochtans niet slecht”, zei een vriendin en collega-redacteur tegen ons. “Ik heb wel enkel de laatste vijf minuten gezien”, voegde ze wel aan toe. Dan is het plots een pak begrijpelijker. Sher Khan teert immers louter op hun sound, zonder zanger. Pik je enkel een fractie van de set mee, dan kan je nog weleens knikkebollend besluiten: hmm, klinkt niet slecht, lekker luid. Hoor je het een halfuur aan, dan ken je hun truken van de foor. En dan is het vooral saai.

Sher Khan is nochtans overtuigd van de eigen heerschappij. Zeker de drummer: met de spastische gelaatsuitdrukkingen van Marco Pantani en het klodderende bloed van Bjarne Riis beklom hij de hele set de Angliru.

De drie jongeheren zeggen stonerrock te spelen. Dat is deels waar; evenzeer hoor je een ongezonde dosis post-rock die elk nummer weer op automatische piloot moet uitbarsten. Voorspelbaar en weinig inventief. Een beetje zoals een parlementaire tussenkomst van Filip Dewinter.

© De Moeial, Manly Callewaert

One Bird Orchestra

Hmm. Vier vrouwen gevormd aan het Brussels Conservatorium. Minimale “elektronische” begeleiding en percussie, die vooral de stem moet accentueren zonder echt op de voorgrond te treden. Goed, een tastbare cover, ‘King of the Mountain’ van Kate Bush, helemaal ontleed en weer opgebouwd. Beter dan het origineel natuurlijk, maar ja, Kate Bush, je weet.

Eén van de zangeressen doet ook erg aan Björk denken. Dat viel ons op in de parlando van het tweede nummer. Ook muzikaal is Björk een inspiratiebron. Maar dan nog: alles begint bij de stem, alles begint a capella. De soms weerklinkende doo-wop is zelfs niet storend, want geen tenenkrommend doel maar louter een middel voor de puike composities.

Opnieuw: hmm. Wij weten nog niet wat we van One Bird Orchestra moeten vinden. Noch goed, noch slecht. Niet catchy, niet nodeloos complex. Onverschillig blijven we er evenmin bij.’t Is eerder zoals ons antwoord op de vraag welke tint blauw we als verf op de muur willen. We doen ons best, heus, maar we weten het gewoon niet.

Whispering Sons won de publieksprijs.

0 Comment