Rockrace Voorronde 4: Speciaal volk, die Oost-Vlamingen

Drie optredens, drie verschillende indrukken achteraf: erg gefrustreerd, een tikje positief en kinderlijk gelukkig. Die volgorde is niet chronologisch, waardoor u de hele review zal moeten lezen om de juiste emotie met de overeenstemmende muziekgroep te verbinden. Spannend!

Hazey Jane

Was Viet Congs ‘Bunker Buster’ tijdens het intermezzo een voorbode van wat komen zou?

Wie naar Hazey Jane kwam in de hoop op een vervolg van het werk dat ‘ie vorig jaar in het KultuurKaffee bracht, zou zich vrij vroeg in de set verbaasd achter de oren krabben. Deze band heeft niets te maken met het soloproject van zanger-gitarist Jeroen de Meyer dat vorig jaar jaar niet kon doorstoten naar de halve finale (en wat ons na een jaar nog steeds bijzonder kwaad maakt). Hazey Jane is eigenlijk Milpool, een kakelverse band uit Lede en Gent die nog maar enkele maanden bestaat en tot nu toe nog geen handvol concerten op de teller heeft staan. Na passages in de betere Oost-Vlaamse huppelkuttenscoutslokalen treedt Milpool, of Hazey Jane zo u wil, in het Ritscafé voor de eerste keer echt in het voetlicht.

En niet een beetje. Snedige opener ‘Cool’ herinnerde ons weer aan de positieve effecten op de bloedsomloop van synths (een bedenking die ons overvalt: de eerste keer dat wij synths horen op deze Rockrace) en ‘Faults’ doet er nog een paar versnellingen bovenop. Schrijf die maar op het conto van de drummer. Holy shit, wat een drummer.

Ook al is de band nog maar even bij elkaar, op het podium is van knikkende knieën geen sprake. Zo anticipeerde de zanger na ‘Faults’ goed door wat meer stemvolume aan de PA te vragen en viel het iets te vroege inzetten van ‘L.U.V.’ zelfs helemaal niet op. Had de De Meyer geen misbaar gemaakt met handgebaren die erop duidden dat hij zijn gitaar nog moest stemmen, dan hadden we het helemaal niet opgemerkt.

Referenties om u tegen te zeggen, zijn op zijn plaats. Wij presenteren u Deerhunter (het spitsvondige invallen van de drums en de zegetocht van de bas in ‘Hawaii’!), Real Estate, Women (inderdaad, voorloper van preludeband Viet Cong) en soms het slijm op de bek van een jonge Tokyo Police Club in ‘L.U.V.’.

Dit hoort in de AB thuis. Jazeker, in de finale.

The Grassroots Movement
© De Moeial, Emily Schennach

The Grassroots Movement

Wat zijn twaalf (twaalf!) mensen op een podium in de Rockrace? Schijnmanoeuvres om een gebrek aan talent te verhullen. Ik wil even de Nederlandse taal bedanken voor al haar mooie woorden. Drie blazers, drie backingvocals, een drummer, bassist, toetsenist, gitarist en twee jolige Oost-Vlaamse jongens die dat geheel aan elkaar moesten rappen. Ook een dank u wel aan de Dikke Van Dale om al deze woorden van een betekenis te voorzien. Op het programma: soul, funk, jazz, hiphop, reggae en hotseklotsende feestmuziek op het einde. Credits ook voor het Groene Boekje, het zo mooie Groene Boekje voor de oplijsting van al die woorden.

Natuurlijk is er een publiek dat kickt op zulke schouwspelen. De macht van het getal heeft in de wereldgeschiedenis altijd haar rol gespeeld, en in de muziek is het niet anders. I’m from Barcelona was destijds met 29 en ook toen was het grote aantal omgekeerd evenredig aan de muzikale relevantie. Laat jullie even horen voor de werkwoorden! Een hele zomer heeft hun zomerhit ons toen gegijzeld, en wij zijn er stellig van overtuigd dat die Scandinaviërs (grappig toch, ze kwamen helemaal niet uit Barcelona! Hadden ze ons toch goed liggen, zeg!) ons helemaal niet bereikt hadden als ze maar met vier waren.

Maar goed, The Grassroots Movement dus. Show some respect voor de lidwoorden! Ieder van dit combo – het woord bij uitstek om dit soort muziekcollectieven te beschrijven en als dat het geval is, dan weet je hoe laat het is – hoort even in de spotlights, hoort even te soleren, hoort even voorgesteld te worden aan het publiek. ’t Is de goednieuwsshow van de populaire muziek speciaal voor vrijzinnigen die stiekem hunkeren naar gospelkerkdiensten in de Verenigde Staten. Het moet gezellig, knus, positief, relaxed en zomers zijn. Daar gaat het in de eerste plaats om. Welke snaar die bassist nu precies betokkelt, of welke toets de pianist uitbundig aanraakt, is allemaal van ondergeschikt belang. Het refrein van ‘Zweetbeat’ is pa-pa-ra-ta/pa-pa-ra-ta. Komt een ander genre daarmee weg? Welneen.

Dit soort verschijnselen doet, zeker in de winter, een beroep op het verlangen naar warmere tijden van het volk dat die periode benut om rariteitenkabinetten als Dranouter en Sfinks te bezoeken. Vraag hen wat ze nu precies goed vinden aan The Grassroots Movement, en het antwoord zal luiden dat het goed klinkt en je erop kan dansen. For fuck’s sake, zelfs een jodelcombo uit het Beierse Bierendaffel praat dat chillebillevolkje nog goed. Give it up to Bierendaffel!

Hun levensmotto: iedereen is uniek, iedereen is prachtig, onze tijd op aarde is beperkt en laten we er dus het beste van maken. Dat geeft hen niet alleen een vrijgeleide om ons lastig te vallen, maar bovenal om zichzelf te vermaken op dat podium. Dat Bruce Springsteen al zijn muzikanten bedankt aan het einde van een optreden, daar kunnen we inkomen. Springsteen speelt minstens drie uur uit een repertoire van meer dan veertig jaar. Maar The Grassroots Movement doet het al na het eerste nummer. Van een set van een halfuur. In het Ritscafé. Tijdens de Rockrace.

Wees gerust, zoals wij is er maar één, klinkt het in afsluiter ‘Zoals wij’. Dat is er één te veel. Toen het feestje op het einde dan ook nog losbarstte, werd Light Up The Fire naar voor gesommeerd om hun belofte te vervullen. Ze dansten mee, waarvoor, ditmaal oprecht, respect voor zoveel zelfrelativering. In hun plaats zouden wij enkel een rochel op het podium gemikt hebben.

Toen later bleek dat Light Up The Fire de publieksprijs won, waren wij gelukkig voor hen.

Light Up The Fire

Daar is de wasbeer weer. Light Up The Fire uit Zele stond vorig jaar ook op de Rockrace, en toen “was het maar om te oefenen”, als we de immer charmante Rockracepresentatrice Julie mogen geloven. Door ook nog eens uit te weiden over de vrijgezellenstatus van de drummer, ontnam ze meteen alle geplande bindteksten van de frontman-bassist. Daar komen we zo meteen nog op terug.

Light Up The Fire is een jaar verder, maar veel nieuw materiaal speelde het indietrio niet. Openen deden ze zoals vanouds met het instrumentale, uitdijende ‘Massive Black Cat’ gevolgd door ‘Suicidal Storms’, een nummer dat wel kan bouwen op een lekker vettige riff en zeker in het eerste deel een aardige zanglijn, maar ons onderweg verliest door te veel breaks.

Nummer drie uit de setlist deed ons even opkijken. Een retestrak nieuw nummer waarvoor begrijpelijkerwijs is uitgenodigd tot dansen, al zou de tegenbelofte van de band (“In ruil zullen wij minstens eenmaal iets geks doen”) hen later nog zuur opbreken. Als dit echter de nieuwe route is die Light Up The Fire op wil gaan, kijken we uit naar wat nog volgen zal.

En het vervolg van de set? Mwa. Overtuigender gespeeld dan vorig jaar, maar nog een teveel aan dons op sommige composities. ‘Don’t hold hands’ bijvoorbeeld, hun vijfde nummer, is een probeerseltje dat poogt te buigen op een geinig baslijntje doch verder een idee mist om ook verder open te bloeien. ‘Plains’, hun voorlaatste liedje, begon rustig “en op het einde is het helemaal SCHEEF GAAN”, aldus opnieuw de frontman.’t Bouwde inderdaad op naar een climax, al neigde die eerder naar het drama dan naar de euforie. De gitarist kreeg wel wat meer ruimte en dat stoorde niet.

Light Up The Fire staat voor een keuze: strakke dansbare indie of springerige poprock. Wij hopen op het eerste.

Hazey Jane/Milpool
© De Moeial, Emily Schennach
0 Comment