Darwindag: de mens is geen pandabeer

Charles Darwin is inmiddels aan zijn 206de geboortedag toe. Vrijzinnigen aan de VUB vieren dat met een heuse Darwindag. De slag om de appreciatie van Darwin doorheen de geschiedenis leest als de innerlijke strijd tussen de ratio van de mens en zijn onverzadigbare drang naar houvast en simpliciteit. Eenmaal Darwin zelf zijn plaats verwierf in de populaire cultuur, werd ook hij het slachtoffer van vereenvoudiging voor vooruitgang.Welgeteld zes jaar duurde het eer Darwins genuanceerde theorie van natuurlijke selectie genadeloos filosofisch geweld werd aangedaan. Herbert Spencer doopte hem om tot een Survival of the fittest, en legde daarmee de eerste steen voor het sociaal-darwinisme. Een biologische wet die stelt dat de sterksten zullen overleven werd zo een moreel en filosofisch imperatief waarin de sterksten moeten overleven.

De nazistische eugenetica bracht dit principe genadeloos in de praktijk door de gedwongen sterilisatie van duizenden zwakzinnig geachte en andersdenkende individuen. De Arische kweekprogramma’s waren voor hen de positieve keerzijde van een superioriteitsideologie die intussen bijna tweehonderd jaar dienst doet als legitimatie voor het onderdrukken van inferieur geachte volkeren. Ook in onze contreien pleitte men, in een poging tot rasverbetering aan het eind van de negentiende eeuw, voor opgelegde contraceptie en baringsverboden voor de stedelijke armen.

Familiair

Maar genoeg gejammerd. Welk onmens heeft het immers over volkerenmoord op verjaardagsfeestjes als deze? Schoorvoetend moeten we echter toegeven dat Himmler met zijn Lebensborn-programma het ten minste op één vlak goed begrepen had: niet enkel het overleven van de fittest, maar ook reproductie is essentieel. Laat het nu net die voortplantingshonger zijn die bij de mens nimmer gestild geraakt. Een halve eeuw contraceptie en zelfs een pauselijk fiat voor het gebruik van een condoom in bepaalde risicovolle situaties, perken onze driften niet in.

Toen Darwin eenmaal veilig en wel was teruggekeerd naar Engeland, was deze geslachtsdrift ook hem niet vreemd. Vijf jaar de wereld rondvaren, godvergeten wildernissen trotseren en je daar wijden aan de eenzame studie van de plaatselijke fauna, dat doet wat met een jonge twintiger. En toen keerde Darwins eigen natuurlijke selectie zich tegen hem.

De toekomstige mevrouw Darwin was immers al een Darwin. Charles was destijds dan wel één van de enigen op aarde met kennis van de kracht van de genetica, maar toen hij zijn bruid koos lag hij daar duidelijk niet wakker van. Wat hem ’s nachts daarentegen wél uit zijn slaap zou houden, was de lieftallige Emma Darwin, zijn nicht in eerste graad en later moeder van zijn tien kinderen. Drie daarvan lieten het leven op zeer jonge leeftijd.

Darwins grootste verdienste ligt immers niet in het afbreken van het creationistisch wereldbeeld, maar in het beoefenen van vrij onderzoek.

Pandahangmat

Heel anders is het overigens gesteld met de bronstigheid van de pandabeer, een zoogdier waarvan Darwin nooit het genoegen had één te ontmoeten. En dat is, zoals zodra zal blijken, een welgekomen historisch feit voor de geschiedenis van het reeds door tegenspoed geteisterde dier. Men kan zich immers afvragen of deze inmiddels bedreigde diersoort überhaupt wel wil overleven.

Reproduceren doen ze amper. De paartijd van een vrouwelijke panda bedraagt een povere drie dagen per lente, om de twee à drie jaar. Pandakwekers hebben zo geen erg opwindend beroep. Als één van de panda’s uiteindelijk toch zwanger wordt, verhuizen ze dan ook meteen naar een private geklimatiseerde ruimte en genieten ze een gevarieerd dieet en constante zorg. Nu zou een Chinese panda laatst onbeschaamd misbruik hebben gemaakt van deze zeldzame menselijke goedheid door haar zwangerschap te veinzen. Zo wist het profitariaat enkele maanden lang te genieten vanuit haar sociale hangmat.

Gastronoom

Was het niet Darwin zelf die zei dat zij die zich het beste aanpassen aan hun omgeving zullen overleven? De gebrekkige overlevingskansen van de panda zijn alleszins niet te wijten aan de wel erg excentrieke dieetgewoontes van Darwin. Daarmee plaatst de diersoort zich toch weer wat hoger in de hiërarchie van het dierenrijk. Darwins bizarre opvatting van studentikoziteit bestond er immers in om zich tijdens zijn studies aan te sluiten bij de Gourmet Club aan Cambridge University. Hun missieverklaring: zoveel mogelijk zeldzame en buitengewone dieren proeven.

In diezelfde geest deed Darwin zich tijdens diens expeditie te goed aan elk dier dat hij ontdekte. Agoeti’s, gordeldieren en zelfs poema’s ontsnapten niet aan Darwins drang tot extinctie van zeldzame diersoorten door middel van indigestie. Op verschillende ogenblikken nam zijn gastronomische hobby zelfs de bovenhand op de wetenschap. Zo bereikte niet één van de 48 reuzenschildpadden die Darwin meenam op zijn terugreis naar Engeland, daadwerkelijk de overkant van de grote plas.

Darwin mag dan allerminst de bebaarde dierenvriend zijn voor wie ik hem als kind nam, zijn genie als observator staat buiten kijf. Vrijzinnigen die hem vandaag opvoeren als atheïst in hun puberale scheenschopperij tegen religies allerhande, mogen daarom aanschuiven in de lange rij van misbruikers van het darwinisme. Darwins grootste verdienste ligt immers niet in het afbreken van het creationistisch wereldbeeld, maar in het beoefenen van vrij onderzoek. Of zoals hij het in 1880 zelf verwoordde in een brief aan een jonge atheïstische bewonderaar: “Direct arguments against christianity produce hardly any effect on the public; and freedom of thought is best promoted by the gradual illumination of men’s minds which follows from the advance of science.”

Beeld: popofatticus

0 Comment