Straatlantaarns: Egide bezoekt een subjectief selectief en afgewerkt geheel

Op maandagmiddag laat mijn rooster het toe om een uitstapje in te plannen. Een museumbezoek zag ik wel zitten. Helaas zijn op maandag de meeste musea in Brussel gesloten. Maar niet getreurd, er is een museum dat 24 uur op 24 open is: Musée du Réverbère. Dit museum is niet gelegen aan de befaamde Kunstberg, maar in de buurt van het andere koninklijke paleis in Laken.

Musée du Réverbère klinkt voor de niet-Franssprekenden onder ons als een cultureel zeer verantwoorde bestemming, maar in werkelijkheid is het niets meer en niets minder dan het openluchtmuseum van de straatlantaarn. In 1825 mocht Brussel zich namelijk gelukkig prijzen om als eerste stad op het Europese vasteland straatverlichting te introduceren in de vorm van gaslantaarns. Dat verdient natuurlijk een trots eerbetoon op een prominente plek, bijvoorbeeld … in de welbekende Emile Delvastraat, in de Lakense Haard.

De metro brengt mij naar dit deel van de stad dat ik nog niet eerder had bezocht. Het station Bockstael uitkomend, doemt het imposante gemeentehuis van Laken op. De toren die dit gebouw siert, doet mij denken aan die van het gemeentehuis van Sint-Gillis. Wat mij op zijn beurt weer doet denken aan de televisieserie Flodder waarin laatstgenoemd raadhuis dienst doet als de werkplek van de sukkelende ambtenaar Sjakie. Omdat ik deze televisieserie ronduit hilarisch vind, zet ik met een grijns op mijn gezicht koers richting De Haard.

Audiotour

Anders dan de naam doet vermoeden, geeft deze buurt een nogal kille indruk. In contrast met de vorstelijke residentie even verderop, kenmerkt deze wijk zich door sociale woningbouw. Na een korte wandeling zie ik ter hoogte van Restaurant en Grill Delva (er kan ook gebowld worden!) een aantal straatlantaarns opdoemen die zich verenigen in verscheidenheid. Bijna allemaal lelijk grijsgroen van kleur maar van een zeer uiteenlopende vorm. Dit moet het museum zijn, denk ik opgewekt. Eén paal steekt er ver bovenuit en siert zichzelf door zijn lantaarn te laten rusten aan een elegante krul gedecoreerd met tierlantijntjes. De lantaarns zijn mooi opgesteld tegen de achtergrond van prachtige, gerenoveerde, klassieke en eclectische gevels. Dat kan ik wel waarderen.

Vol goede moed stap ik richting de eerste paal van de rij. Ik ben niet erg kunstig aangelegd en stel daarom een audiotour in een museum zeer op prijs. Als leek vind ik het heerlijk als er iemand met een aangename stem instructies geeft over waar je zoal op moet letten, al starend naar het tentoongestelde. Zonder dergelijke uitleg ben ik snel uitgekeken. Maar goed, ik ging er uiteraard niet vanuit dat er bij dit openluchtmuseum een juffrouw audiotours zou zitten uitdelen, maar ik had op z’n minst bij elke paal een bordje verwacht dat enige achtergrondinformatie over de lantaarn in kwestie geeft.

Z’n blik wordt wat zorgelijker en ik zie hem denken: ‘Dit hier is een lantaarnpaal, vriend.’

Ik kwam bedrogen uit; het kleine stukje tekst dat men de bezoeker wel gunt, geeft niet meer weer dan het nummer, de naam, de vroegere plaats (iets dat door slijtage niet meer leesbaar is) en het jaartal van de lantaarn. Zo heet nummer één Belgica en stond deze lantaarn in Brussel rond het jaar 1890. Het is een gaslantaarn, neem ik aan, aangezien er een klein onstekingslichtje brandt. Toch bijzonder.

Paros

Ik wandel door naar de lantaarn met de krul die al direct bij aankomst de aandacht op zich vestigde. Terwijl ik naar boven sta te turen, komt er een museumbewoner met baard en gehuld in een wit gewaad zijn eclectische gevel uitstappen met twee zakken pmd-afval in zijn handen. Zonder gêne smijt hij zijn rotzooi tegen nummer vier: Suspendu avec Crosse uit omstreeks 1912. Ik groet hem en vraag, al wijzend naar de kunstwerken, of hij weet dat hij aan een museum woont. “Museum?” Stellig, maar met een grijns op z’n gezicht gaat hij verder: “No, no, no, … Here? … No museum.” Z’n blik wordt wat zorgelijker en ik zie hem denken: “Dit hier is een lantaarnpaal, vriend.” Even lijkt hij nog iets te willen zeggen ter onderbouwing van z’n statement, maar dan zucht hij en wenst me een nog goedenavond, waarna hij rechtsomkeer maakt en terug zijn huis binnengaat.

Ik moet het hem nageven, de omgeving wekt niet de indruk van een museum. Hoewel de gevels aan de ene straatkant nog architectonische waarde herbergen, kenmerkt de overzijde zich door vervallen loodsen en flats. Ik zet mijn wandeling voort en kom nog langs lantaarns met namen als Laprade (± 1933 Elsene), Poteau en bois et col de cygne – Houten paal en Zwanenhals – (± 1946 Waver) en de Elsense Axiale uit 1930 (heel speciaal want hangend aan een koord boven de weg). Nee, zonder dollen, stuk voor stuk bijzondere lantaarns die mij alleen maar nieuwsgieriger maken naar de oorsprong van hun ontwerp. Maar helaas.

De laatste lantaarn staat om de hoek en heet Paros Schréder. Het is de modernste van allemaal, daterend van 1993. De minder elegante vorm van Paros in mij opnemend zie ik de reguliere straatverlichting in de zijstraat die ik insla aangaan. Terug om de hoek kijkend richting het museum zie ik dat de andere veertien lantaarns ook zijn ontstoken. Wat zullen we nou krijgen? Net op het magische moment van de ontsteking, sta ik te kijken naar de kapotte in het rijtje. Want Paros blijft uit vanavond. De lantaarns geven bijna allemaal een verschillend licht, waarvan nummer tien TL Fluo veruit het onaangenaamste produceert. Ik besluit dat ik het warme maar felle licht van de gaslantaarns het mooiste vind en houd het voor gezien; het wordt tenslotte donker.

Camouflagekunstwerk

Enigszins teleurgesteld, maar niet zo teleurgesteld als toen ik Manneken Pis voor het eerst zag, keer ik huiswaarts. Thuis toch maar eens op internet kijken waarom het museum nu precies in Laken ligt en welk doel het dient.

Enigszins teleurgesteld, maar niet zo teleurgesteld als toen ik Manneken Pis voor het eerst zag, keer ik huiswaarts.

Zoekend over het straatlantaarnmuseum toont de zoekmachine mij voornamelijk suggesties voor hotels in de buurt van het museum, alsof het een grote trekpleister is. Ik klik een aantal sites aan in de hoop om een review van nog een verdwaalde toerist te vinden, maar tevergeefs.

Uiteindelijk stuit ik op de tekst die de gedachtegang achter het museum verwoordt. De tekst maakt mij duidelijk waarom het educatieve aspect, dat een museum naar mijn idee behoort te hebben, ontbreekt. Zo staat er onder andere dat het de bedoeling heeft om “kunst te integreren in de sociale woonwijken.” … “Het is als het ware een camouflagekunstwerk.” En even verder: “Een museum dat zowel onze verwachtingen als de traditionele reacties van de museale instellingen ter discussie stelt?” Kijk eens aan. Maar nog het meest onder de indruk was ik van de volgende zin:

“Het Museum is en wordt voorgesteld als een subjectief selectief en afgewerkt geheel, dat op zichzelf volstaat en symbiotisch verbonden is met en ontworpen is voor de bestemming en de context waarin het wordt tentoongesteld.”

Potverdorie zeg, als ik het niet dacht. Ik had het niet zo onder woorden kunnen brengen, maar inderdaad. Ik ben met totaal de verkeerde instelling deze tentoonstelling gaan bezoeken. Met de verwachting iets te leren van de geschiedenis van de Brusselse straatverlichting kwam ik van een koude kermis thuis. Het is juist de bedoeling om mijn verwachtingen en traditionele reactie op het museum ter discussie te stellen en de tentoongestelde straatlantaarns dienen voornamelijk en allereerst als … straatlantaarns.

Voor de toevallige passant een prachtig aanzicht, maar voor de museumbezoeker is het misschien wat karig. Ik denk te begrijpen dat bordjes met informatie niet passen binnen het project omdat het zijn symbiotische verbinding met de omgeving wellicht zou verbreken. Maar toch, ik zou het leuk vinden als er een folder beschikbaar is, of nog beter een te downloaden audiotour voor op je slimme telefoon, die de bezoeker informatie geeft over de lantaarns. Op die manier maak je het voor iemand die helemaal naar Laken afreist om het museum te bewonderen toch een tikkeltje interessanter, zonder de verschijning van het geheel aan te tasten.

Enfin, terugdenkend aan de beste man met de baard moet ik concluderen dat hij het helemaal heeft begrepen. De Suspendu avec Crosse voor zijn huis is er in de eerste plaats neergezet voor hem als bewoner van De Haard; hij wilde mijn verwachting en traditionele reactie op het museum direct ter discussie stellen, maar zag waarschijnlijk dat het daar nog te vroeg voor was. Daar komt hij nog wel achter: no museum.

0 Comment