“Initiatieven van de studenten zelf zijn veel geschikter om kwetsbare groepen te helpen”

Het SBC wordt verbouwd.
Aan de Vlaamse universiteiten bestaan er heel wat begeleidingsdiensten om studenten met studieproblemen te helpen. Toch ligt voor velen de drempel te hoog om hulp te zoeken. Volgens sociologen zijn initiatieven van de studenten zelf nodig om die drempel weg te halen. Het Studiebegeleidingscentrum gaat nu het dialoog aan met verschillende studentenverenigingen.

Wie aan een Vlaamse universiteit of hogeschool studeert, maar thuis een vreemde taal spreekt of uit een sociale kring komt waar een diploma hoger onderwijs weinig voorkomt, heeft aanzienlijk minder kans om te slagen in zijn studies. De ongelijkheid in slaagkansen in het Vlaamse hoger onderwijs manifesteert zich zowel op financieel als op sociaal-cultureel vlak. Het Studiebegeleidingscentrum (SBC) van de VUB zet zich echter al lang in om het tij te keren.

Gert Sonck, hoofd van het SBC: “De VUB is een universiteit met een zeer diverse instroom. Zo hebben wij het grootste aantal studenten in Vlaanderen van wie de ouders niet hoogopgeleid zijn of bij wie het Nederlands niet de thuistaal is.” Volgens hem is de VUB al zeer succesvol geweest in het verlagen van de drempel naar het hoger onderwijs voor die studenten.

Zo heeft de VUB bijvoorbeeld het grootste aantal werkstudenten van alle Vlaamse universiteiten. “Waar dat aantal gemiddeld anderhalf procent van het totale studentenaantal bedraagt, is dat voor de VUB 7,6 procent. We hebben ook een groot aantal studenten met een functiebeperking of leerstoornis. Voor hen investeert de VUB extra in ondersteuning. De grote uitdaging zit echter in de slaagkansen, die voor sommige van deze groepen nog steeds lager liggen dan gemiddeld.”

Systeemfalen

Professor sociologie Bram Spruyt spreekt van een systeemfalen: “We zien dat de ongelijkheid in het hoger onderwijs voortkomt uit het secundair onderwijs.” Spruyt deed samen met Lillith Roggemans onderzoek naar de resultaten van de toelatingsproef geneeskunde. Wat blijkt: studenten die voor de proef slagen, komen veelal uit gezinnen waarin de ouders een universitair diploma hebben. Daarnaast zijn die studenten doorgaans beter voorbereid op het hoger onderwijs via hun vooropleiding in het algemeen secundair onderwijs.

Het onderzoeksrapport over de toelatingsproef toont ook aan dat taal een aanzienlijke barrière vormt voor studenten die thuis een andere taal spreken dan Nederlands. In dat opzicht zou het overschakelen op Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs, volgens Spruyt, weleens een oplossing kunnen zijn voor die taalbarrière.

Ignace Glorieux, voorzitter van de vakgroep Sociologie aan de VUB, betwijfelt dat. Volgens hem zijn studenten die het best Engels spreken net diegenen die sociologisch al uit de bevoorrechte milieus komen. “Zij gaan bijvoorbeeld op taalkamp tijdens de zomervakantie”, zegt Glorieux. “Zo is taalbeheersing, ook van vreemde talen, een indicator voor het milieu waar je vandaan komt.”

Sommige pionierstudenten die hun intrede maken in het hoger onderwijs, vervreemden van hun eigen milieu, maar vinden tegelijk moeilijk aansluiting bij hun medestudenten.

Ignace Glorieux

Glorieux spreekt ook over het fenomeen van dubbele isolatie: pionierstudenten (eerste lid van het gezin dat hogere studies aanvat, nvdr) die hun intrede maken in het hoger onderwijs. “Pionierstudenten die hun intrede maken in het hoger onderwijs, vervreemden dan van hun eigen milieu, maar vinden tegelijk moeilijk aansluiting bij hun medestudenten.”

Ook meent Glorieux dat het inschrijvingsgeld maar een beperkt aspect is van de kostprijs van studeren, een aspect met bovendien sociale correcties. De prijs van studentenkoten weegt veel zwaarder door in het studentenbudget. De prijzen van studentenkoten onder controle krijgen, zou weleens veel belangrijker kunnen zijn voor het creëren van gelijke kansen in het hoger onderwijs. Daarnaast moeten er nog meer lessen online komen, zodat werkstudenten op een meer flexibele basis kunnen studeren. Ook dure boeken, die sommige proffen aanbieden, zouden gratis online beschikbaar moeten zijn.

Alle hens aan dek

Volgens Bram Spruyt is de drempel om hulp te zoeken voor veel studenten nog te groot en zouden studentenverenigingen op dat gebied extra inspanningen kunnen leveren. Daarnaast zijn studiediensten juist vaakbezocht door groepen die het goed doen. Beide sociologen wijzen erop dat initiatieven van de studenten zelf veel geschikter zijn om kwetsbare groepen te helpen.

Gert Sonck benadrukt dat, ondanks de huidige besparingen, de sociale projecten aan de VUB zullen blijven bestaan. De VUB probeert de financiering ervan maximaal op te nemen in haar vaste werking. “Voor onze universiteit is het heel belangrijk om niet alleen aandacht te besteden aan academische uitmuntendheid, maar ook aan het creëren van gelijke kansen. Als je ziet dat sommige groepen toch nog in het nadeel zijn, is het voor ons alle hens aan dek om er iets aan te doen.”

Sonck overlegde onlangs met de Brusselse studentenverenigingen Auxilio en Mixomnia. Mixomnia is een studentenvereniging die studenten met verschillende achtergronden in contact wil brengen met elkaar, om hen samen een maatschappelijke dialoog te laten aangaan. Daartoe organiseert Mixomnia allerlei debatten en lezingen.

Voorzitter Hamza Abatouy legt uit hoe zijn vereniging zich wil inzetten om studenten sneller hun weg te laten vinden naar het SBC: “We willen zorgen voor een betere communicatie tussen ons eigen tutorensysteem en dat van de VUB. In beide systemen begeleiden meer ervaren studenten de lagerejaarsstudenten.”

Maar waarom ligt het slaagpercentage voor bepaalde groepen studenten lager? “Daar bestaat vooralsnog geen eenduidig antwoord. Binnen onze organisatie doen we ons uiterste best om leden die het moeilijk hebben de weg te laten vinden naar de verschillende workshops en andere diensten van het SBC. Op die manier proberen we vooral om de drempel die er voor die studenten bestaat, weg te nemen.”

0 Comment