Rockrace Voorronde 4: Twee bands voor de prijs van drie (bis)

Light Up The Fire

Aan een mascotte herken je de mensen. Neem nu voetbalclub Anderlecht. Dat heeft een blank, blond mannetje met een waterhoofd over het veld lopen, symbool voor de, euh, multiculturele en diverse Brusselse maatschappij. Light Up The Fire heeft een wasbeer. Of beter, twee wasberen. Een pluche versie die helemaal aan de boeg staat en ons met zijn tedere en domme ogen staat aan te staren, en eentje op de basdrum die ons trakteert op een middelvinger. Of een aansteker. Lekker ambigu.

Met een drummer, een gitarist en een zingende bassist kan een band al een eind ver geraken. Het blijft overzichtelijk zo. Je hebt geen last van eeuwigdurende patstellingen die een duo uit elkaar kunnen drijven, en bij eventuele stemmingen is er altijd een meerderheid. Ideaal. Ware het niet dat Light Up The Fire nu net te weinig keuzes maakt. Nochtans begon hun optreden ambitieus: het instrumentale ‘Massive Black Cat’ galmde lekker weg en deed ons wat aan British Sea Power denken. Meteen hun laatste wapenfeit. Wat volgde waren matige, ternauwernood aan elkaar geplakte liedjes die nu eens als een aanzet tot gedans en handengeklap moesten dienen, dan weer een openlijke sollicitatie om de comebacksoundtrack van Kinderen van Dewindt binnen te halen.

The Portrait    © De Moeial, Sarah Hamdi

Is het Rits Café aangetast door een bezwering van een malafide magiër? Opnieuw moest een band op het laatste nippertje afzeggen. Geen Flying Shoe vanavond. Gelukkig worden wij niet per gerecenseerde band betaald. Jammer genoeg worden wij gewoon niet betaald.

© De Moeial, Sarah Hamdi

The Portrait

Het moet maar eens gezegd: stadionrock is geen genre. Van zodra een artistieke uiting beschreven wordt aan de hand van de plek waar het het best gedijt, dan schort er doorgaans iets aan. Denk maar aan stationsromannetjes of straattheater. Het probleem behoeft echt geen al te diepgaande analyse, er is gewoon geen bal aan.

Leuker wordt het wel wanneer The Portrait het podium betreedt. Een kwatong heeft de zanger ooit verteld dat zijn stem op die van Brandon Flowers lijkt, toen hij hem een gilletje hoorde slaken bij het zien van een lege gelpot. Vervolgens volgde deze casus het pad van Lieven Van Gils: als mensen je lang genoeg wijsmaken dat je goed in iets bent, dan ga je het warempel nog zelf geloven ook. Tijdens een set die bol stond van weinig verrassende synthuithalen, presteerde hij het om zichzelf te voorzien van backing vocals. ‘In vain’, zo zong hij een eerste keer, om een tel later zijn hoofd – dat overigens enige constipatie leek te verraden – enkele centimeters van de microfoon te verwijderen en nogmaals zijn gevleugelde woorden te herhalen. Zelden gezien, maar wel goed gelachen. Ergens was er een nummer met een stevige outro die ons wel beviel.

Zou de schampere opmerking over Light Up The Fire – “Hoe heten jullie ook weer?” – hen de publieksstem hebben gekost?

Toch gaat The Portrait verder naar de halve finale, op 25 maart in het KultuurKaffee. Overigens bleek de wasbeer van Light Up The Fire wel degelijk een aansteker vast te houden. We begrijpen alles plots een pak beter.

0 Comment