Voorrang VUB-kamer voor wie eerste keer op kot gaat

De rangorde voor de toewijzing van VUB-koten is gewijzigd. Studenten die voor de eerste keer een VUB-kot aanvragen, staan vanaf volgend academiejaar hoger op de prioriteitenlijst. De lijst wordt bovendien eenvoudiger: er blijven nog maar drie categorieën over in plaats van de huidige zeven.

De VUB herziet het toewijzingsbeleid vanwege de groei van de studentenpopulatie. Steeds meer studenten dienen een aanvraag in en moeten ook vaak lang wachten op antwoord door de ingewikkelde procedure. Studenten die vorig jaar geen kamer kregen moesten daardoor erg laat nog op zoek naar een alternatief.

Nieuwe studenten krijgen vanaf academiejaar 2014-2015 als eerste een kamer op de VUB. Nu zijn er naast de eerstejaarsstudenten nog de heraanvragers met voldoende studievoortgang die als eerste aanspraak maken op een VUB-kamer. Die laatsten hebben volgend jaar de laagste prioriteit.

Met studievoortgang zal de dienst Huisvesting geen rekening meer houden bij de beoordeling van een aanvraag. Ook het onderscheid tussen verschillende zij-instromers valt weg. Dat is vooral voordelig voor buitenlandse studenten, die meestal pas in de master aan de VUB starten na reeds in het buitenland een bachelor behaald te hebben. In het huidige beleid vielen zij vaak buiten de boot.

De deadline voor aanvragen zal in de nieuwe situatie vastliggen op 1 mei. Ook voor nieuwe eerstejaarsstudenten geldt die deadline. Een vroege keuze is dus noodzakelijk. De studenten zullen dan wel op 15 juni ten laatste op de hoogte gesteld worden van hun aanvraag.

Een student die een kamer aangeboden krijgt moet binnen een maand een voorschot van 100 euro overmaken om de kamer vast te houden. Voor studenten in spe die meedoen aan het toelatingsexamen Geneeskunde geldt een uitzondering. Zij weten namelijk pas in augustus of zij geslaagd zijn voor de toelatingsproef en kunnen dan ook dan pas definitief de beslissing nemen. Studenten die niet slagen voor hun toelatingsexamen en daarom afzien van een VUB-kamer, kunnen wel hun 100 euro terugkrijgen.

De dienst Huisvesting voert bovendien een gelijkekansenbeleid. In totaal worden er 105 kamers gereserveerd voor een drietal kansengroepen. Dertig kamers staan ter beschikking van studenten die zonder VUB-kamer hun studies zouden moeten staken of niet zouden kunnen aanvatten. Concreet doelt de huisvestingsdienst hiermee op studenten met een fysieke beperking, zoals bijvoorbeeld rolstoelgebruikers. Vervolgens zijn er dan nog 65 kamers gereserveerd voor studenten uit een ontwikkelingsland. Die leveren de VUB immers een hoop subsidies op. Ten slotte worden er tien kamers voorbehouden voor topsporters.

Financiële overwegingen spelen geen rol in de toewijzing van de kamers. Daarover waakt de sociale dienst. Door het nieuwe toewijzingsbeleid moet die laatste mogelijk zijn begroting aanpassen. De sociale toelages van studenten in financiële moeilijkheden worden namelijk per geval becijferd. Studenten die een huurtoelage nodig hebben voor een privékot zouden nu immers weleens meer financiële steun nodig hebben dan wanneer zij een goedkopere VUB-kamer zouden huren. Volgend academiejaar moeten de gevolgen duidelijker worden.

Voor heraanvragers wordt het alsmaar moeilijker om een kamer te huren van de VUB. Hoe langer de student op de VUB verblijft, hoe lager zijn prioriteit. De achterliggende motivering is dat studenten naarmate de jaren verstrijken steeds makkelijker een kamer vinden op de privémarkt omdat zij een groter netwerk hebben in de stad en Brussel beter kennen. Studenten die uiteindelijk geen VUB-kamer krijgen worden doorverwezen naar het Brik-aanbod.

0 Comment