Studenten lijnrecht tegenover Onderwijsraad: “Is dit nog studentenvertegenwoordiging?”

Het gewijzigde Onderwijs- en Examenreglement (OER) voor het academiejaar 2013-2014 zorgde in maart voor flink wat opschudding op de plenaire vergadering van de Studentenraad. Vooral het uitgetekende beleid met betrekking tot het recht op herkansing van een reeds geslaagd examen stuitte een aantal leden danig tegen de borst. Het dossier verhuisde naar de Onderwijsraad, maar het OER blijft als een kwelgeest rondwaren in de verschillende geledingen van de studentenvertegenwoordiging.

Tot voor kort was het voor studenten onmogelijk om te herkansen voor een vak waarop ze reeds geslaagd waren. Het vernieuwde OER voorziet wel in deze mogelijkheid maar verplicht de student afstand te nemen van zijn behaalde credits. Zij die in de tweede zittijd een poging doen om het initiële resultaat op te trekken, zien met andere woorden hun oorspronkelijke resultaat onherroepelijk vervallen. Volgens de Studentenraad ging dit echter lijnrecht in tegen het Flexibiliseringsdecreet dat uitdrukkelijk stelt dat een student “niet kan verzaken aan een creditbewijs.” Een verhitte discussie later ontving het document in zijn geheel een expliciet negatief advies. Een uitzonderlijk gebeuren.

De Studentenraad pleit daarentegen voor een alternatieve procedure die onder andere aan de KULeuven van toepassing is, maar daar in de praktijk nauwelijks door de student wordt aangewend. Een student die zijn resultaat wil opkrikken, behoudt in Leuven zijn oorspronkelijke uitslag als hij buist in tweede zit. Slaagt hij wel, zij het met een slechter resultaat dan in eerste zit, zal toch het resultaat van de herkansing meetellen. Op die manier is het onmogelijk om alsnog te buizen voor een vak waarvoor de student initieel al geslaagd was. Met andere woorden: in dat geval verzaakt de student niet aan zijn creditbewijs.

Het ontwerp verhuisde vervolgens wederom naar de Onderwijsraad. Studentenvertegenwoordigers stelden er inmiddels alle hoop in dat hun punten van kritiek aldaar in rekenschap zouden worden gebracht. Een ijdele hoop, zo bleek. Het enige lichtpunt bleek de schrapping van het toegevoegde artikel dat bepaalt dat men enkel in aanmerking komt voor een graad van verdienste wanneer men op de masterproef minstens twaalf op twintig scoort. Voor het overige werd het vernieuwde OER ongewijzigd goedgekeurd met veertien stemmen voor, één tegen en één onthouding. Het academisch personeel zou vrezen voor een stormloop tijdens de tweede zit en schaart zich daarom achter het huidige ontwerp van het OER dat de student hoort te demotiveren. Het verliezen van reeds behaalde credits bij inschrijving in tweede zit, zou hier dus impliciet fungeren als een trechter om de toevloed aan studenten af te remmen. In het voorstel van de Studentenraad daarentegen, zou de student zijn resultaat immers enkel kunnen verbeteren, zonder te hoeven vrezen voor een lager resultaat in tweede zit.

Opmerkelijk was vooral het gebrek aan eensgezindheid onder de twee afgevaardigde studenten in de Onderwijsraad. Marianne Bies, studentenverte- genwoordiger in de Onderwijsraad namens LW, bracht een overtuigde tegenstem terwijl Emma Op De Beke, studentlid van de Onderwijsraad namens GF, zich onthield, wat sommigen van haar collegastuvers tot grote verbazing stemde. Ook voor Bies blijft het een moeilijk te verteren stemronde. “Is dit nog studentenparticipatie te noemen?”, vraagt ze zich terneergeslagen af. “Het negatief advies van de Studentenraad werd systematisch onderuit gehaald. Het voorstel werd afgeschilderd als asociaal omdat studenten die door een buis verplicht zijn aan de tweede zit deel te nemen, mogelijk in problemen zouden geraken met hun examenrooster. Het professorenkorps uitte bovendien zijn frustratie met betrekking tot de voortdurende onduidelijkheid en verkoos de houvast boven een administratief tijdrovend alternatief.”

Emma Op De Beke kon zich deels vinden in de bezwaren die werden geuit op de Onderwijsraad. “Ik bevond me in een tweestrijd en daarom heb ik me maar onthouden. Enerzijds deel ik de mening van de Studentenraad maar anderzijds ben ik bezorgd dat zij die echt nood hebben aan een tweede zit zouden lijden onder het voorstel van de Studentenraad. Ik vind dat die laatste groep ontegensprekelijk voorrang verdient. Als studentenver- tegenwoordiger mag je niet doof zijn voor redelijkheid. Bovendien is het toch logisch dat er een zeker risico wordt verbonden aan een examenherkansing? Als je per se een tweede kans wil, moet je maar je verantwoordelijkheid nemen. Een student moet kunnen aantonen dat hij zijn voldoende verdient.”

Enkele opmerkelijke argumenten van de Onderwijsraad lieten Bies met verstomming geslagen achter. “Een mededeling bij aanvang van de Onderwijsraad vermeldde initiatieven om meer kansen te bieden aan studenten die willen excelleren. Vervolgens werd tijdens de discussie omtrent het vernieuwde OER opgeworpen dat wie lager scoort in tweede zit eigenlijk aantoont dat hij zijn aanvankelijke resultaat niet waard is. Maar het omgekeerde geldt toch ook? De VUB snijdt hier in haar eigen vel door studenten de kans te ontnemen om te excelleren”, stelt Bies.

Ook studentenraadsvoorzitter Isabelle Selleslag stak haar teleurstelling niet onder stoelen of banken. “De Studentenraad werd in dit dossier volledig buitenspel gezet. Met drie zetelende studenten, waarvan slechts twee aanwezig, kunnen we weinig tegenwicht bieden in de Onderwijsraad.” Selleslag stelt zich wel tolerant op tegenover het gebrek aan unanimiteit onder haar leden. “Op de plenaire vergadering was de Studentenraad zo expliciet als mogelijk, maar we kunnen aan onze leden enkel vragen om de consensus te verdedigen. Als studentenvertegenwoordiger blijft het je recht om niet overeen te stemmen met de consensus. Ik zal hier niemand voor veroordelen, al was unanimiteit onder onze beide afgevaardigden symbolisch wel een mooi signaal geweest.”

Het OER verhuist nu voor een laatste maal naar de Raad van Bestuur, het hoogste orgaan van de universiteit. Selleslag hoopt aldaar in extremis een overwinning uit de brand te slepen. “Het is duidelijk dat het reglement, zoals het nu ter bespreking ligt, lijnrecht ingaat tegen het decreet. Deze stelling moeten we verdedigen op de Raad van Bestuur. Hopelijk worden we hierin gesteund door de regeringscommissaris.”

Gevraagd naar eventuele maatregelen indien de Raad van Bestuur zich niet schikt naar de wensen van de Studentenraad, voorziet Selleslag ons van een strijdvaardige repliek. “Allereerst moeten we de studenten inlichten en eventueel een helpende hand bieden bij het indienen van een klacht. We kiezen hierdoor voor de harde weg, maar soms moet dat misschien.” Deze harde weg zou zich in een later stadium ook kunnen vertalen in een beroep bij de Raad van State, al heerst hieromtrent speculatie en onduidelijkheid. “Soms lijkt het me wel alsof de VUB er zich welbewust van is dat ze tegen het decreet ingaat, maar zinspeelt op een eventuele bemoeienis vanwege de Raad van State. Die zouden een vonnis kunnen uitspreken dat in het voordeel blijkt van de VUB. In afwachting van een beroep kunnen ze bovendien het huidige OER onverkort doorvoeren.”

Ook Emma Op De Beke is er, ondanks haar onthouding, zeker van dat het laatste woord nog niet gevallen is over het OER. “Gelukkig maar. Het Flexibiliseringsdecreet blijft wat het is, hetgeen je dus blijvend kan aanwenden wanneer je een klacht wil indienen. De VUB schiet zichzelf in de voet door het decreet niet te volgen. Dit stelt onvermijdelijk problemen in het verschiet.”

0 Comment