ngrijpende hervormingen in Franstalig hoger onderwijs, De schoolstrijd terug van weggeweest?

Waals minister van Hoger Onderwijs Jean Claude Marcourt (PS) veroorzaakt opschudding in het Franstalig hoger onderwijs. De minister bereidt een grondige hertekening van de structuur van het onderwijslandschap voor. Sinds 2009 sleutelt hij aan een ingrijpende hervorming. Na Vandenbroucke aan Vlaamse zijde, wil de onderwijsminister nu ook zijn stempel op het Belgisch hoger onderwijs drukken. De voorgestelde plannen lokten echter hevige tegenstand uit bij verschillende betrokkenen waaronder het vrije onderwijsnet, de vakbonden en studentenvertegenwoordigers.

Virulente kritiek kwam er vanuit katholieke hoek op de plannen van minister Marcourt. De Université Catholique de Louvain (UCL) en het Algemeen Secretariaat van het Katholiek Onderwijs waren van mening dat de voorstellen de autonomie van het vrije onderwijs dreigden aan te tasten. Beide praktische peilers van het plan Marcourt, de oprichting van een overkoepelende academie (ARES) en het indelen van het onderwijs via geografische polen, konden op bezwaren rekenen. Luidop vroegen enkele academici aan de UCL zich in de media af of Marcourt een ‘verstatelijking’ van het onderwijs voor ogen had. Zij zagen ARES als een poging om het wetenschappelijk onderzoeksbeleid te politiseren en Marcourt zou via het oprichten van geografische polen de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van associatie in gedrang brengen. De geest van de schoolstrijd leek haast terug van weg geweest.

“Samenwerking tussen instellingen zou in de plaats van ‘steriele concurrentie’ kunnen innemen”

Dit wantrouwen zag zich gereflecteerd in een reeks vruchteloze vergaderingen en scherpe opiniestukken met daarin beschuldigingen over en weer. De administrateur-generaal van het IHECS sprak over “hervormingen op z’n Noord-Koreaans”. Anderen beschuldigden Marcourt er dan weer van regionalistische ambities te koesteren en vroegen zich luidop af of deze hervormingen geen etappe waren op weg naar een Plan W. Marcourt liet zich niet onbetuigd. Naar aanleiding van kritiek uit katholieke hoek liet hij zich laatdunkend uit over de representativiteit van de UCL, een instelling van 28 000 studenten op een totaal van 80 000 universiteitsstudenten die daardoor volgens Marcourt slechts “een kleine minderheid” vertegenwoordigt. Hij leek in zijn houding gesterkt door enige verdeeldheid binnen de Katholieke zuil. Ondanks het verzet bij de UCL kon Marcourt op bijval rekenen uit Namen en Saint-Louis.

Onderwijl lijkt de kogel door de kerk. Op 19 januari kondigden de PS en de CdH aan dat ze een akkoord hadden bereikt over de toekomstige hervormingen. Een akkoord dat de bezwaren vanuit Katholieke hoek zou temperen. Benoît Lutgen (CdH) liet al optimistisch optekenen dat het nieuwe akkoord een grote pas zet naar de goedkeuring van een vernieuwd decreet. De katholieke zuil lijkt zich te hebben verzoend met project-Marcourt. Sommigen wijzen nu dan ook in de richting van de ULB, die als verliezer uit deze onderhandelingen zou komen. Vanuit de studentenvertegenwoordiging hekelt men dan weer het feit dat dit akkoord in volle examenperiode is afgesloten. Dit zou er voor gezorgd hebben dat de stem van de student onvoldoende kon vertegenwoordigd worden aan de onderhandelingstafel.

Geografische en interregionale polen

Wat houdt het plan Marcourt nu concreet in? Een vereenvoudiging van de structuren is het alvast niet. Marcourt wenst met zijn hervorming zowel de structuren van het hoger onderwijs op het niveau van de instellingen, als op het niveau van de studies te veranderen. Algemeen gesteld gaat het nu over een hervorming op drie niveaus: federaal, regionaal en interregionaal.

Op het federale niveau kijkt men naar de oprichting van een overkoepelende academie (ARES) die tot doel zal hebben de uitstraling van het Franstalige universitaire onderwijs en onderzoek naar het buitenland te vergroten. Dit zal gebeuren op het niveau van de Franstalige Gemeenschap, waarbij er een academische raad komt die zal bestaan uit onderwijzers, studenten, wetenschappelijk en technisch personeel, samen met de bestuursleden van de verschillende geografische polen.

Hiernaast komt er ook een strategische raad die zal openstaan voor de economische, wetenschappelijke en culturele sectoren en de sociale partners. Er zullen ook nog een reeks thematische groeperingen worden opgezet, waarvan het aantal nog niet gespecificeerd is. Deze kunnen zich focussen op verschillende thema’s zoals het artistieke of fundamenteel onderzoek.

Op regionaal gebied zal het onderwijslandschap in vijf geografische polen (PAES) worden onderverdeeld: Brussel Hoofdstedelijk Gewest, Waals-Brabant, Namen, Henegouwen en Luik-Luxemburg. Elke pool kent één volwaardige referentie-universiteit. Elke instelling kan bovendien slechts volwaardig lid zijn van één pool, maar zal wel als aanvullend lid deel uit kunnen maken van een bijkomende pool, bijvoorbeeld de UCL als aanvullend lid van de Brusselse pool gezien haar faciliteiten in Woluwe. De geografische polen moeten de gemeenschappelijke diensten organiseren en functioneren als doorgeefluik tussen de instellingen en de ARES.

In het kader van het compromis komt er nog een derde niveau dat op een interregionaal niveau zal opereren. Het is de bedoeling om over de regionale polen heen nog drie academische zones (interpolen) op te richten. In de praktijk gaat het hier over Luik-Namen-Luxemburg, Henegouwen en Brussel-Waals Brabant. Deze interregionale polen moeten er voor zorgen dat een universiteit niet wordt opgesloten binnen zijn regio.

Ondanks het groen licht dat Marcourt ontvangen heeft van de kant van de instellingen, blijft er enige scepsis bestaan bij de studentenkoepels. De twee overkoepelende studentenvakbonden, de Fédération des Étudiants Francophones (FEF) en Union des Étudiants de la Communauté Française (Unécof), hebben al bezorgdheden uitgedrukt over de praktische kant van het verhaal. Hoewel Unécof het akkoord al bejubelde als een stap in de juiste richting, zijn er toch nog enkele aspecten die te vaag blijven. Naast een hervorming op institutioneel vlak, is er immers ook een luik dat betrekking heeft op het statuut van de student en het inhoudelijke herorganiseren van de universitaire studies. Dit luik is volgens beide bonden onvoldoende uitgewerkt.

Financiering

Dan is er ook nog het financiële plaatje, en ook dat is nog niet helemaal duidelijk. De kosten van het project worden op 500 miljoen euro geschat, verspreid over 20 jaar. Marcourt liet verstaan dat over de financiële kant van de zaak verder onderhandeld moet worden en dat de huidige financieringsmodellen tot nader order in voege blijven. Dit volstaat echter niet voor de studenten. De FEF en Unécof wijzen erop dat een verandering aan de financiële basis van het hoger onderwijs rekening moet houden met de student en de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De FEF benadrukt bovendien dat de weg die Vlaanderen in 2007 is ingeslagen, waarbij de financiering gebaseerd wordt op de output van de instellingen, voor hen geen valabele oplossing is. De studentenbewegingen plannen verdere acties, mogelijk in samenwerking met de Nederlandstalige studentenvertegenwoordigers.

Brussels carcan

Hoe deze op til zijnde hervorming het onderwijs in Brussel zal beïnvloeden is nog niet geheel duidelijk. Nu de UCL met het compromis een grote slag heeft thuis gehaald, lijkt het er wel op dat de ULB in deze constellatie de rekening betaalt. Over de volle lijn zijn Luik en Bergen de grote overwinnaars in deze hervormingen. Ex-rector en Erevoorzitter van de Raad van Bestuur Jean-Louis Vanherweghem waarschuwde er al voor dat de ULB dreigt opgesloten te worden in een regionaal carcan. Waar de UCL en Saint-Louis wel een stem krijgen binnen de Brusselse pool, krijgt de ULB er geen in Charleroi, waar ze toch substantiële investeringen gedaan heeft. Verder moet de ULB de UCL dulden binnen de Brusselse regionale pool. Enkel Luik en de UCL zijn meester binnen hun pool.

Vanherweghem stelt dat het plan Marcourt te weinig rekening houdt met Brussel en de positie van de ULB. Didier Viviers, huidig rector van de ULB, relativeert echter de zaken. Hij ziet het aankomende decreet als een mogelijkheid om komaf te maken met een verzuild onderwijslandschap dat hij als “anachronistisch” bestempelt. Samenwerking tussen instellingen zou de plaats van “steriele concurrentie” kunnen innemen. Ook vanuit de UCL klinken enthousiaste geluiden over een samenwerking met de ULB. De rector van de UCL, Bruno Delvaux, spreekt zelfs over de oprichting van een “brede Brusselse universitaire instelling.” De UCL en de ULB leveren nu al gezamenlijk diploma’s in de logopedie af en dus is voor de UCL een meer doorgedreven samenwerking niet onmogelijk. Volgens Delvaux is het slechts een kwestie van tijd voor de UCL, dankzij de inwerkingstelling van het Gewestelijke ExpressNet (GEN), wordt opgenomen binnen de metropolitane gemeenschap van Brussel. Hoe de ULB en de UCL zich in de volgende jaren tot elkaar zullen verhouden staat nog niet vast. Dat het onderwijslandschap ook in Brussel de volgende jaren stevig hertekend wordt, is wel een zekerheid.

0 Comment