GGO’s tussen hoop en wanhoop: interview met professor Geert Angenon

Ongeveer een jaar na het protest aan het aardappelveld in Wetteren, dat nogal wat stof heeft doen opwaaien in ecologische en universitaire kringen, wensen wij het begin van het academiejaar te starten met wat ggo-leesvoer. We vroegen een vakexpert, VUB-professor Geert Angenon (Laboratory of Plant Genetics) hoe het nu feitelijk zit met genetisch gemanipuleerde, oh pardon, gemodificeerde organismen.

d.M.: Wat is genetische manipulatie precies?

Geert Angenon: “Om te beginnen wil ik benadrukken dat de officiële benaming genetische modificatie is; ggo is de afkorting van genetisch gemodificeerd organisme. Genetische manipulatie heeft een pejoratieve bijklank en wordt daarom eerder gebruikt door tegenstanders. Modificatie is de betere vertaling van het Engelse ‘to manipulate’, wat in de Engelse taal echt een handeling uitdrukt.”

“Genetische modificatie betreft technieken die toelaten om een beperkt aantal genen te introduceren in het genoom van een organisme. Een gemiddeld organisme heeft ongeveer 25.000 genen, via genetische modificatie worden daar één tot vijf genen aan toegevoegd. Een gen zorgt voor een specifiek kenmerk in een organisme. Om bijvoorbeeld een plant resistent te maken tegen een schimmel, volstaat het om één à drie genen te introduceren. Die genen kunnen uit om het even welk organisme worden gehaald, bijvoorbeeld een bacterie. Om bijvoorbeeld een aardappel resistent te maken tegen de aardappelziekte, wordt er een gen geïsoleerd uit een wilde soort uit de Andes die van nature resistent is tegen deze schimmelinfectie, en dan wordt dat gen in een bij ons populair aardappelras geïntroduceerd via genetische modificatie.”

Wat zijn de verschillen tussen genetisch modificeren en planten kruisen?

“Kruisen is het geslachtelijk voortplanten, waarbij een mengsel ontstaat van alle genen van de twee gekruiste ouders; planten die zijn bekomen door kruising, verschillen daarom vaak heel sterk en op onvoorspelbare wijze van de ouderplanten. Bij genetische modificatie wordt een beperkt aantal genen geïntroduceerd, waardoor de meeste eigenschappen van de plant ongewijzigd blijven. Kruisen kan alleen met variëteiten van eenzelfde soort of van zeer nauw verwante soorten. In het geval van de aardappel kan men de eerder vernoemde wilde aardappelsoort slechts heel moeizaam kruisen met de in onze streken geteelde aardappelsoorten aangezien de twee planten niet sterk genoeg verwant zijn.”

“Op onze velden wordt voornamelijk de variant bintje geteeld, die uitermate geschikt is voor de voedingsindustrie. De plant levert grote knollen op die heel geschikt zijn voor frieten; het is ook de enige soort waarvan de resten na het frietsnijden gebruikt kunnen worden voor puree. Zo gaat er niets verloren. Dat aardappelras resistent maken tegen de aardappelziekte door het te kruisen, zou een werk van lange adem zijn. De aardappelvariëteit bionica, die door bio-boeren geteeld wordt, is een voorbeeld van een aardappelziekteresistente variëteit die via kruisingen met wilde soorten werden bekomen. Het heeft 46 jaar geduurd om deze te ontwikkelen, en tijdens dergelijke kruisingen is het typisch dat er embryo’s ontstaan die niet levensvatbaar zijn en die kortstondig in leven gehouden worden op een voedingsbodem.”

“De bionica bevat een cocktail van genen afkomstig uit vier verschillende soorten die in de vrije natuur onderling niet in staat zijn te kruisen, Vertel mij eens wat daar ‘natuurlijk’ aan is. Bovendien bevat bionica slechts één resistentie-gen en er is dus een grote kans dat de aardappelziekte binnen een termijn van een paar jaar zich heeft aangepast aan dat gen. Een plant met een degelijke resistentie heeft toch minstens drie resistentiegenen nodig. Dit kan eenvoudig via genetische modificatie: het toevoegen van één of drie genen neemt praktisch gezien evenveel labotijd in beslag. Planten zoals de bionica hebben bovendien een deel van hun aantrekkelijke eigenschappen verloren, en zijn bijvoorbeeld minder geschikt om te verwerken, waardoor er ook meer verloren gaat. Hierdoor is hij minder aantrekkelijk voor onze boeren.”

Op welke manier is de wereld gebaat bij genetische modificatie?

“Dit jaar is het een zeer nat jaar geweest waardoor de boer genoodzaakt was om tot drie keer per week het veld te besproeien met fungiciden. Indien men bintjes had geplant zonder regelmatig te sproeien, dan was er van oogsten dit jaar geen sprake. Alle niet-bio-aardappelen die u dit jaar zult eten, zijn meer dan twintig keer besproeid geweest. Op het proefveld met genetisch gemodificeerde aardappelen heeft men niet moeten sproeien en is de opbrengst zeer behoorlijk. Genetische modificatie zou een oplossing kunnen bieden voor de overbelasting van het milieu door chemische pesticiden. Het sproeien is daarenboven een dure aangelegenheid wat vooral problematisch is voor derdewereldlanden.”

“Genetische modificatie kan bovendien ook aangewend worden om de voedingswaarde van gewassen op te krikken, wat bijvoorbeeld heel belangrijk is voor ontwikkelingslanden. Op deze manier is de mensheid heel duidelijk gebaat bij genetisch modificeerde gewassen.”

Hoe groot is de designvrijheid voor het ontwerpen van nieuwe soorten?

“In theorie vrijwel oneindig. Volgens mij moet het mogelijk zijn om een aardappel zelfs THC (de werkzame stof van canabis, nvdr.) te laten aanmaken. Ik kan me echter echt niet inbeelden waarom iemand zich zou bezighouden met het ontwikkelen van zulke onzinnige zaken. Door de complexiteit van zulke knotsgekke modificaties denk ik dat het voornamelijk om puur praktische redenen zal worden toegepast.”

“Er bestaat geen zadenpolitie van het bedrijf Monsanto.”

Kunnen de genetisch gemodificeerde soorten de gewone soorten overwoekeren?

“Stel u voor, er vallen een aantal ggo-aardappelen uit een kar en belanden in het veld van een niet-ggo-boer. Die knollen zullen slechts één oogst meegaan; ze worden de volgende oogst door de niet-ggo-boer simpelweg gerooid. Kruisbestuiving is zeker mogelijk, maar de nakomelingen zijn waardeloos. Dit is evenzeer het geval bij klassiek zaaigoed. De waardevolle eigenschappen van de gewassen uit de eerste generatie worden immers niet doorgegeven aan de gewassen uit de tweede generatie, waardoor de nakomelingen zo goed als waardeloos zullen zijn. Alle boeren moeten ieder jaar nieuw zaaigoed kopen om een goede opbrengst te hebben, ook niet-ggo-boeren. In de vrije natuur kan geen enkele van onze landbouwgewassen overleven; dat kunnen ze enkel als ze zeer goed in de watten worden gelegd.”

Waar kan men genetisch gemodificeerde groenten kopen?

“Voor menselijke consumptie in België is het antwoord simpel: nergens. Voedsel in Europa mag wel tot 0,9 procent ggo’s bevatten zonder dat men het hoeft te etiketeren, omdat een perfecte scheiding in de handel heel moeilijk is. Veevoeder daarentegen bevat heel vaak ggo’s. Genetisch gemodificeerde planten worden in ieder geval zeer streng gecontroleerd voor ze verkocht mogen worden. Dat staat in contrast met de bionica-aardappel die na 46 jaar ontwikkeling in een labo onmiddellijk zonder enige controle in de rekken is verschenen.”

Wie zijn de sponsors van uw onderzoek?

“In mijn geval komt er geen geld uit de privésector. Mijn onderzoek wordt louter gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijke Onderzoek, het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, de Vlaamse Interuniversitaire Raad en de universiteit zelf. In Vlaanderen bedraagt de sponsoring uit de privésector ongeveer 15 procent. Vaak worden innovaties die in de universitaire labo’s ontstaan, door de universiteit zelfgepatenteerd.”

Wat met de kosten die gepaard gaan met intellectuele eigendom?

“Een patent is slechts twintig jaar geldig. Het komt dus, zoals alle andere patenten, ooit te vervallen. Het moet ook in een heel vroeg stadium worden toegekend waardoor de bescherming in de praktijk veel korter is. De meerkost van ggo-zaad is ruwweg 300 euro per hectare, de meerkost bij het sproeien kan oplopen tot 1500 euro. Die meerkost bij ggo-zaden zou veel minder zijn indien de wetgeving minder streng zou zijn. De grote hoeveelheid controles opgelegd door de wet is een belangrijke factor in de meerkost. De wetgeving is, naar mijn mening, te streng. Ik ben zeker voorstander van controles, maar dan moeten ze consistent worden opgelegd aan alle producenten. Er bestaan bijvoorbeeld geen controles voor bionicaa-ardappelen. Overigens, het verhaal van de Indiase, door Monsanto onterecht beboete boeren, die daardoor zelfmoord zouden hebben gepleegd, is onzin. Er bestaat geen zadenpolitie van het bedrijf Monsanto. Planten die gegroeid zijn uit overgewaaid ggo-zaaigoed zijn haast onvindbaar tussen alle andere gewassen. Als heel uw akker uit ggo-gewassen bestaat, dan pas is het geen toeval meer.”

Kunt u begrijpen dat mensen hiertegen protesteren?

“Puur rationeel heb ik het er heel moeilijk mee.”

Waar moeten we volgens u naartoe, maar vooral: waar moeten we stoppen?

“De doelstellingen van genetische modificatie moeten dezelfde zijn als deze van de ‘klassieke’ plantenveredeling, zoals planten ongevoelig maken voor ziektes, insecten en droogte of om de opbrengst of voedingskwaliteit te verhogen.”

0 Comment