Gilgamesh – Waarom superhelden moeten sterven

Jerry Siegel en Joe Shuster, bedenkers van Superman

Door Piet Van de Velde

Het verhaal speelt zich zo’n 4000 jaar geleden af in wat nu Irak is. Toen Georg Smith als eerste het in spijkerschrift geschreven verhaal ontcijferde, trok hij onmiddellijk zijn kleren uit en sprong hij op en neer als een konijn. De assyrioloog las in de 12 tabletten verhalen die gelijkenissen vertoonden met het Oude Testament. Vooral verwijzingen naar de zondvloed zorgden voor de nodige commotie binnen de archeologische wereld. Uiteindelijk zag de standaardversie het daglicht rond 1930.

Het epos zelf begint eerder met een slotzin van een boek: “Hij die alles gezien heeft,(…), hij die alles wist.” Zo verijdel je meteen elke mogelijkheid op een sequel. Maar waar het eigenlijk om gaat: Gilgamesh is koning van Uruk, een stad in Sumerië, die zijn dagen vulde met het houden van wedstrijden die hij keer op keer won. Het werd de inwoners allemaal een beetje te veel en ze vroegen aan de goden om hem te entertainen. De goden gaven hem een speelkameraadje, Enkidoe, (ondanks wat de naam doet vermoeden is er geen connotatie met de Pfaffs) die minstens zijn evenknie is in sterkte/schoonheid/moed/intelligentie/ taco’s eten/…

Om Enkidoe naar Gilgamesh te lokken, moesten de goden beroep doen op hun persoonlijk escortedienst: de tempelvrouwen. Een tempelmeisje werd bevolen om naar het woud te gaan en kreeg nogal plastische instructies: op de grond te gaan liggen en de benen opensmijten zodat Enkidoe haar stevig zou kunnen pakken. Jammer genoeg voor het tempelmeisje zou hoofse liefde pas binnen 3000 jaar en vogue zijn.

Uiteindelijk keren Enkidoe en het tempelmeisje terug naar Uruk. Gilgamesh had ondertussen al een beetje over Enkidoe gedroomd. Hij deed wat elke gezonde koning van zijn generatie deed, namelijk zijn recht van de eerste nacht ten volle benutten. Als koning mocht Gilgamesh beschikken over de meisjes op hun huwelijksnacht voor een iets te intieme inspectie.

Enkidoe, die zo te zien plotsklaps een gentleman was geworden, vond dat allemaal maar niets en besloot dit zeer hoffelijk op te lossen door op de vuist te gaan met Gilgamesh. Na een paar rake klappen bleek dat beide heren elkaar toch zo leuk vonden dat ze elkaar omhelsden en het Sumerisch equivalent van BEST-FRIENDS-FOREVER-armbandjes begonnen te dragen.

Al gauw begon Gilgamesh zich weer te vervelen. Dus trok hij er samen met Enkidoe op uit om de demonische Humbaba te doden. Wanneer de demon eenmaal vermoord was, begon al dit geweld de vruchtbaarsheidsgodin Ishtar aan te trekken. In deze bijbel krijgt de godin de weinig flatterende bijnaam “Hoer van Babylon” toegeschreven. Maar Gilgamesh moest niets hebben van deze godin, die hem bijna een goddelijk status beloofde. Het zal misschien weinig verbazen dat dit voorval ook nog eens ironisch zou uitdraaien.

Ishtar is nogal pissig op Gilgamesh en ze stuurt, zoals een godin van haar kaliber past, een Stier des Hemels. Echter, zoals een superheld betaamt maakt hij samen met Enkidoe van deze stier fijngemalen préparé. De goden zijn hier allesbehalve blij mee. Na een vergadering besluiten ze dan maar dat Enkidoe moet sterven omdat Gilgamesh in de gunst staat van de god van (I shit you not) Zoet Water.

Vlak voor zijn dood scheldt Enkidoe zijn vrouw nog uit voor rotte vis om haar dan op een spreekwoordelijke piëdestal te plaatsen. Zijn dood zendt een schokgolf uit door de stad. Iedereen is op zijn Kim-Jong-Il’s verplicht om dag en nacht zijn dood te bewenen. Gilgamesh, die zijn hele leven er al lustig op rondgemoord heeft, begint na te denken over zijn sterfelijkheid. Na veel piekeren en babbeltjes met zijn moeder, is Gilgamesh van mening dat sterven maar niets voor hem is. Dus gaat hij naar de onderwereld om het leven daar eens onder de loep te nemen. -Insert ‘Ironie’ here-

In de onderwereld komt hij een koppel tegen dat als enige de zondvloed, die de hele mensheid heeft uitgewist, heeft overleefd. Voor deze prestatie kregen ze van de andere goden goddelijke krachten, waaronder natuurlijk het eeuwige leven. Om Gilgamesh duidelijk te maken dat hij zal sterven en nooit een god zal zijn, stellen ze hem voor een uitdaging: hij moet proberen om zeven dagen wakker te blijven. Gilgamesh valt echter in een diepe slaap van zeven dagen.

Iedereen is op zijn Kim-Jong-Il’s verplicht om dag en nacht zijn dood te bewenen.

Tijdens de epiloog komt hij Enkidoe nog tegen, die – surprise surprise – nog in leven blijkt, maar even later per ongeluk door de onderwereld gegrepen wordt. Gelukkig kan Gilgamesh hem redden en vertelt Enkidoe over zijn ervaring in de onderwereld. Het laatste deel is er een beetje ongelukkig bij getrokken en is niet echt een meerwaarde. Het Gilgamesh-epos heeft dus duidelijk een religieuze en moraliserende ondertoon. Het sterfelijke van de mens en het rouwproces staan centraal in dit alles.

Ur-superman

Het personage Gilgamesh is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met het archetype van een Superman. Hier zou ik niet de connotatie willen maken met de übermensch van Nietzsche, toch niet direct, maar eerder met de Krypton-gevoelige superheld uit de Action Comics.

Superman of Clarke Kent was origineel ook niet veel sterker dan een gemiddelde mens. In zijn allereerste strip doet hij niet veel meer dan een auto opheffen. Het is pas na de Golden Age of Comics, de periode van 1930 tot net na de Tweede Wereldoorlog, dat Superman extreme krachten begon te ontwikkelen.

Jerry Siegel en Joe Shuster

 

De originele Superman heeft ook weinig gemeen met zijn huidige reïncarnatie en diens zwaar beladen morele code. Daarom stierven er maffialeden, schurken en andere gespuis door het toedoen van Superman. Jerry Siegel en Joe Shuster, de bedenkers van Superman, waren al van jongs af geïnteresseerd in de mythes van de Klassieke Oudheid. De origine van Superman ligt, net zoals Gilgamesh, ook in het verwerken van de dood. Kortelings voor het bedenken van Superman, verloor Siegel zijn vader in een overval. Dat is de reden waarom Siegel een held wou creëren die niet kon sterven.

De dood van een superheld

Echter, het meest interessante wat Superman ooit zal doen, is net sterven. We hebben de Supermannen en de Gilgameshen nodig om te zien hoe zij met met de dood omgaan. Superman mag een buitenaards wezen zijn en Gilgamesh mag een goddelijke afkomst hebben, toch zijn ze het meest menselijk en herkenbaar wanneer ze met de dood moeten omgaan. Hun sterfelijkheid staat haaks op hun onfeilbaar bestaan. Het zijn superhelden die moeiteloos tegenslag kunnen omdraaien.

Waarom de dood van superhelden iedereen blijft fascineren, is om twee redenen begrijpelijk. Enerzijds nemen ze afstand van al hun krachten, wat hen, zoals hierboven beschreven, menselijk maakt. Anderzijds komt ook de psychische dood in het spel. Dat is dan de scheiding, weg van onze leefwereld. De impact van deze scheiding is ook relevant voor hoe we zelf over de dood gaan nadenken. De dood van een superman vertelt ons dan ook meer over onze eigen angsten. Hoe we eeuwig jong willen blijven, zowel fysiek als mentaal, en hoe we schrik hebben van de scheiding van al wat ons dierbaar is.

Daarom is bijna elke maatschappij geobsedeerd door de sterfelijkheid van supermannen, omdat gewone mensen onderbewust niet overweg kunnen met hun eigen mortaliteit.

De begeerte is dus niet zozeer gericht naar de superheld zelf: die is slechts een vehikel voor het subject van het sterfelijke. Superhelden sterven al generaties lang om zelf orde te scheppen in het leven. Het is haast een universeel gegeven, dwars over de grenzen van tijd, context, taalgebruiker en de code waarmee iemand zich uitdrukt. De vrees voor wat de dood met zich meebrengt, proberen we te verzachten door onze helden te laten sterven.

0 Comment