Betlehem bedot

Door Jefferson

Op één van die dagen waarop het niet helemaal duidelijk is of de herfst nu op haar laatste benen loopt of de winter na enige aarzeling uiteindelijk haar ijzige gelaat toont, wanneer de toppen van vingers en neuzen tijdens vooravondlijke omzwervingen gevoelig kouder aanvoelen dan men zich dat kon herinneren en de holtes tussen de tanden slechts zelden verstoken blijven van restjes marsepein die zich daar genoegzaam genesteld hebben, bevond ik me met één mijner geliefde metgezellen ter hoogte van het hoofdstedelijke centrum teneinde de dag toch niet in absolute ledigheid door te brengen.

Er kan gerust gesteld worden dat we ons in een staat van goedgemutstheid bevonden, en die beloofde er niet bepaald minder op te worden toen we tot de fortuinlijke vaststelling kwamen dat men op de Grote Markt reeds een aanvang had genomen met de jaarlijkse kerst-extravaganza, die ons de afgelopen jaren steeds had weten te bekoren tot op het bot. Ondanks de vaak torenhoge mate van meligheid (men denke uiteraard aan de ietwat overbodige en buitengewoon irritante sleeënde pinguïns van vorig jaar) en de bijwijlen no

gal wansmakelijke muziekkeuze die aan het spektakel verbonden zijn, heeft het hele geprojecteerde gebeuren op het stadhuis voor mij telkens een lichtpuntje gevormd dat de donkere winterdagen toch net dat ietsje draaglijker wist te maken. Zelfs voor de onverholen Electrabel-reclame en -deuntjes die men consequent op slinkse, en niet altijd even subtiele, wijze in het schouwspel wist te laten sluipen, ben ik immer bereid geweest een vergevingsgezind oogje dicht te knijpen. De geboorteviering van onze heer is per slot van rekening tot nader order nog steeds een feest van vrede en saamhorigheid.

Helaas blijken enkele vrijemarktadepten daar heden ten dage een lichtelijk afwijkende mening over te manifesteren, zoals algauw zou blijken nadat we ons, van geen enkel kwaad bewust en met een jubelend hart vol hooggespannen verwachtingen, in de koude hadden geplaatst binnen de imposante cirkel van led-lichtpilaren die men dit jaar voor de gelegenheid op de Markt had neergepoot.

Aangezien de show in de loop van de voorbije jaren in een duidelijk stijgende lijn steeds gesofisticeerder, interessanter en kleurrijker geworden was, hadden we niet de minste twijfel over het kwalitatief hoogstaande karakter van hetgeen zou volgen.

Na enkele ogenblikken werd ons wachten reeds beloond en met halfopen mond staarden we, van blijdschap vervuld, naar de eerste verschijnselen van wat een waar festijn voor nagenoeg alle zintuigen beloofde te worden. Het moet gezegd worden dat het geheel een monumentale aanhef kende, met een streepje Tchaikovsky en een reeks op en neer gaande lichtbundels. Na enkele minuten rees de beschouwing dat de vertoning toch wat traagjes op gang kwam, maar elkander geruststellend dat in een trage opbouw ook een spetterende climax besloten ligt, bleven we nog enkele minuten in de zoete waan dat alles uiteindelijk onovertroffen zou zijn, een ware uitbarsting van pure schoonheid en vreugde, zoals het een feestdag van dit kaliber betaamt.

Helaas, niets bleek minder waar. Op de tonen van steeds bombastischer muziek gebeurde er niet bijster veel meer dan het op en neer bewegen van wat witte led-lichtjes, afgewisseld met het occasionele naar links en rechts bewegen van diezelfde lichtjes. Verbijsterd en half vastgevroren zaten we vastgekluisterd op ons achterwerk, ons afvragend wat er in hemelsnaam gebeurd was. Een korte inspecterende blik achterom leerde ons dat de grote projectoren die ons de voorbije jaren zo triomfantelijk bediend hadden, simpelweg achterwege waren gelaten, en de volledige show zodoende enkel en alleen steunde op de schijnbaar imposante maar bedrieglijk eentonige led-pilaren. Daarenboven waren deze pilaren op een dergelijke manier opgesteld, dat zij met tussenpozen van maximaal twee minuten recht in de ogen van elke individuele toeschouwer schenen, om deze arme drommel pakweg een minuut totaal verblind achter te laten. Een zeer goedkope truc om de incompetentie van de schepper dezer misselijkmakende aanfluiting te verbergen, of, erger nog, om naderhand te kunnen beweren dat alle magnifieke actie geheel toevallig slechts in deze momenten van desperate blindheid plaatsvond.

Héél af en toe leek er dan toch naar een climax toegewerkt te worden (hoewel de vallende sneeuwvlokken die dit jaar zo stuntelig over de muren van het stadhuis gleden op geen enkele denkbare manier de vergelijking met de psychedelische patronen van oudsher kunnen doorstaan) maar deze momenten waren van zeer korte duur en werden onverbiddelijk in de grond geboord door de alomtegenwoordige leds. Liever hadden we geen enkele indicatie van een mogelijk ophanden zijnde climax gehad dan deze wrede kwelling, die slechts aan het zieke brein van een nazi-dokter of een creative manager bij Electrabel ontsproten kan zijn. Om u een voorstelling te maken van hetgeen wij te verduren hebben gekregen hoeft u zich slechts in te beelden hoe dubstep eruit zou zien moest het een lichtshow zijn. Men zou godbetert nog gaan hopen op die vreselijke sleeënde pinguïns van weleer!

Tot welk doel dienen besparingen van dit kaliber als zij slechts tranen doen rollen over een winterse kinderwang?

En dan plots, zonder een spoor van opbouw en/of ontknoping, was het gedaan. De verwarring die zich van ons meester maakte zorgde ervoor dat we niet meer wisten of we nu opgelucht adem moesten halen, in huilen uitbarsten of het op een lopen zetten. Voor die laatste optie was het helaas reeds schromelijk te laat, zodat we maar wat verdwaasd voor ons uit zaten te staren. Door het ontbreken van het kenmerkende Electrabel-deuntje vroegen we ons af of de heer Thielemans het, daartoe genoopt door de onophoudelijke besparingen, in zijn hoofd had gehaald om zelf een voorstelling in elkaar te steken. De cynische natrap die echter volgde in de vorm van het zeemzoete ‘Electrabel wenst u prettige feestdagen’ deed alle twijfel verdwijnen als sneeuw voor de zon en het duurde niet lang alvorens de verwarring plaats maakte voor woede, wrok, ontgoocheling en teleurstelling.

De eerlijkheid gebiedt mij terloops te vermelden dat de kerstboom die men naar goede traditie op de Markt had neergepoot een wel zeer fraai exemplaar betrof, maar het zou de absurditeit voorbij zijn moest Electrabel hiervoor zelfs maar onrechtstreeks de eer opstrijken. Nu ik erover nadenk, was die boom naar alle waarschijnlijkheid een stuk gelukkiger met zijn wortels stevig verankerd in de welriekende Ardense bodem, ver weg van led-lichten allerhande. Zodoende blijkt zelfs dit ogenschijnlijke pluspunt jammer genoeg niets minder te zijn dan een minpunt van formaat!

Waar gaat het naartoe met deze wereld als een toch wel bonafide en betrouwbaar bedrijf als Electrabel op zulke afschuwelijke en schaamteloze manier zijn voeten veegt aan de verwachtingen, dromen, verlangens en eerbaarheid van onschuldige en nietsvermoedende burgers?! Beschouwen de hoge heren in het monopolistische hoofdkwartier de modale stadsmens of Chinese toerist misschien als een zich reeds in de vooravond in een verregaande staat van beneveling bevindende neanderthaler die bij de minste lichtflits een welgemeende bewonderende ‘Ooooooh’ ‘Waaaauuuuwww!’ uitstoot? Of is het eerder hun sardonische bedoeling dit brave volk op deze manier naar de verderfelijke diepten van het alcoholgebruik te drijven om de ondraaglijke verveling die zij creëren te ontvluchten, en zodoende de economie er bovenop te helpen?! Een hapklare kluif voor samenzweringstheoretici en economisten, lijkt mij.

Wat er ook van zij, Electrabel heeft wederom op weerzinwekkende wijze aangetoond tot welke calamiteiten een ongecontroleerde vrije markt in staat is. Nog minstens een maand lang zullen rechtschapen en fatsoenlijke mensen uit alle lagen van de bevolking tot in het diepst van hun ziel gekrenkt worden in hun onschuldige vertrouwen in de eerlijkheid, schoonheid en onbedorvenheid van onze maatschappij en het menselijk ras. Tot welk doel dienen besparingen van dit kaliber als zij slechts tranen doen rollen over een winterse kinderwang? Huiverend denk ik aan het beeld van de snotterende oma die zich tevergeefs probeert te verontschuldigen tegenover haar pruilende kleinkind, dat al een jaar lang uitkeek naar dit moment maar nu enkel in de leegte staart, terwijl de nietsontziende ultra-liberale bourgeoisie zich volpropt met kazen allerhande en ons paait met het credo dat het ónze energie is!

Slechts één oplossing dient zich aan: algehele nationalisatie en de aanschaf van een stel degelijke projectoren.

Tot het zover is, echter, belooft het een donkere en koude winter te worden…

0 Comment