Gastcolumn: Studenten engageren zich niet minder, maar vooral anders

We lazen het reeds op de website van De Moeial (7 oktober): de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) kampt met bloedarmoede. Ook elders blijkt het gebrek aan studentenvertegenwoordigers jaar na jaar een probleem te zijn. Alle grote studentenraden kampen ermee (Veto, 3 oktober). Nochtans is 2011 het Europees jaar van de vrijwilliger.

Laten we eerlijk zijn, een organisatie die 200.000 studenten vertegenwoordigt, hou je niet staande met twee vrijwilligers als bestuur. Dat is dweilen met de kraan open. Nu ja, wat een hondenjob is het ook. In Nederland doet men minder met meer mensen, maar dan wel “betaald”. Laten we onze blik wat verruimen: meer bepaald richting Engeland, Nederland en Italië, in november 2010. Tienduizenden studenten die betoogden tegen hogere inschrijvingsgelden en universiteiten bezetten. De studentenprotesten in Chili deze zomer doen dan weer denken aan de betogingen in ons land eind jaren ‘60. Daarin stond onder andere de gelijke toegang voor iedereen tot hoger onderwijs centraal – democratisering noemt men dat met een mooi woord. Het lijkt wel hét ingrediënt voor engagement: staalharde eisen, een ideologisch discours, grote betogingen en mobilisatie van de ‘gewone student’. Enfin, terug naar onze eigen leefwereld als student, hier in in Vlaanderen. Is er een gebrek aan engagement? Zijn we apathisch geworden?

Wij zijn generationY, generation Next, de echoboomers, de milleniumstudent, kortom: de jeugd van tegenwoordig. Men verwijt ons apatisch te zijn, op ons zelf gekeerd, niet geëngageerd. De negativiteit en het pessimisme dat men vaak over het huidige engagement heeft, wordt vooral gevoed door het vaak traditionele en normatieve beeld van studentenvrijwilligers. Studentenvertegenwoordigers zijn mensen die zich volledig toewijden aan hun zaak en een groot samenhorigheids- en groepsgevoel hebben. Ze moeten wel bijna activistisch en sterk ideologisch georiënteerd zijn.

Zijn we dan zo anders geworden? Is dat zo? Ach, ouwe rotten en linkse rakkers, het engagement is vooral anders. Het EU Youth Report van de Europese Commissie uit 2009 onderzocht engagement bij de jongeren van vandaag. Wat blijkt is dat jongeren zich niet minder engageren maar vooral op een andere. Het maatschappelijke engagement van vandaag is veel meer gespreid. Jongeren willen engagement op maat en zullen zich niet eender waarvoor engageren. Naast de zin voor maatschappelijke solidariteit en de wil voor verandering is er nu ook de nood aan ruimte voor zelfontplooiing. Niets mis mee zou ik zeggen: we zijn geen blinde idealisten meer. Ons engagement is sterk en duidelijk, maar wel afgebakend en bekeken door een kritische bril.

 Onderzoek toont aan dat mensen zich engageren voor een sociaal doel vanuit een bepaald rechtvaardigheidsgevoel of identificatie met het probleem. Wanneer een bepaald onrecht bestaat (kinderen uit arbeidersgezinnen kunnen hoger onderwijs niet betalen) dan wil men hier iets aan doen (betogingen zoals nu in Chili). Wanneer studenten rechtstreeks problemen hebben met hun examenroosters, zullen ze eerder geneigd zijn hier iets aan te doen dan wanneer het gaat over ingewikkelde kwaliteitszorgsystemen en financieringsmodaliteiten. Mensen zetten hun sociale empathie om in engagement als het hun leefwereld rechtstreeks beïnvloedt. En de ene voelt natuurlijk al wat meer empathie of heeft een grotere leefwereld.

Daarnaast zijn mensen veel eerder geneigd zich ergens voor te engageren als het hen gevraagd wordt. Die expliciete vraag is belangrijk. Engagement is dus eerst en vooral een sociale gebeurtenis. Een betoging organiseren is net iets socialer dan een decretale tekst doorpluizen en daarin 1 woord veranderen na een half jaar vergaderen en lobbyen. We zitten nu mee aan de tafel en komen slechts op straat als het echt moet. Wat niet wil zeggen dat we niet meer mogen dwarsliggen om de sporen van het beleid recht te houden. Duurzame relaties bouwt men in België nu eenmaal vaak op bij een bourgondische maaltijd – door te lobbyen dus.

De gemiddelde studentenvertegenwoordiger zal het wel kennen: vrijwilligerswerk is vaak een strijd om tijd. De activisten van mei ‘68 hadden tijd om op straat te komen. Enkel examens in juni, wat een luxe! Nu worden we overstelpt met papers, examenmomenten en permanente evaluatie. Dat is geen slechte evolutie op zich, maar het tekent onze omgeving en heeft zijn effect op het soort engagement dat we opnemen. VVS, wie heeft daar nu nog tijd voor?

Neen, studenten zijn heus geen andere wezens geworden. Het is de omgeving die veranderd is en dat heeft zijn weerslag op ons. We uiten onze maatschappelijke verantwoordelijkheid op een andere manier. Net daarmee moeten we nu leren omgaan. Jongeren die zich engageren, hebben structuur en kadering nodig om dat engagement uit te voeren. We spreken zo vaak over flexibilisering maar zouden onderwijsinstellingen niet de nodige flexibiliteit kunnen toelaten om onszelf maatschappelijk te engageren? Een soort tijdskrediet voor mensen met uitzonderlijk engagement zou al een serieuze stap voorwaarts zijn.

Koen Torremans,

voormalig bestuurder VVS voor Participatie (2010-2011)

0 Comment