Getuige onder de mensen – Pleidooi voor een andere journalistiek

Over enkele weken, op 1 juli 2010, legt Birgit Doncker haar functie als hoofdredacteur van het NRC Handelsblad neer. Dat dit een grotere nieuwswaarde heeft dan uw doordeweekse faits divers, ligt besloten in de motivering van dit ontslag. Doncker neemt ontslag uit protest tegen de steeds toenemende druk die ze ervaart vanuit het corporatieve milieu op de redactionele autonomie van de krant. Verantwoordelijk voor de druk, was eigenaar Derk Sauer. Deze laatste vond immers dat er binnen de wereld van de dagbladen geen functie meer was voor het brengen van ‘nieuws’ als dusdanig en dat er diende te worden overgeschakeld op een bredere vorm van berichtgeving.

Deze divergerende meningen liepen uit in een conflict, waarbij Birgit Doncker zich niet langer in staat zag om haar functie naar behoren uit te oefenen. Redactionele autonomie kan natuurlijk niet verkocht worden, maar uiteindelijk wordt hier wel een dwingende problematiek aan het licht gebracht. Waarheen gaat het gedrukte woord en wat is zijn relatie tot wat men als ‘nieuwswaarde’ bestempelt?

Témoin parmis les hommes

Volledig ‘evenementiële’ journalistiek op een feitelijke basis verliest in ons veranderend multimedialandschap aan invloed. Oninteressant geacht gezien de capaciteiten van het medium in kwestie en de nieuwe rol van andere sociale media, lijkt er een nieuwe invulling gezocht te moeten worden voor het gedrukte woord. De huidige rol is immers niet opgewassen tegen een vertwitterende maatschappij. Voorts neemt de tijdsdruk op redacties zulke proporties aan dat er geen ruimte meer is om meer dan een feitelijke weergave te brengen. Gedrukte media worden uiteindelijk tot de loopjongen der feiten gedegradeerd. Blijft de vraag of daar een remedie voor kan gevonden worden.

Laten we hier de kunst van het observeren naar voren schuiven, het getuigen zijn te midden van de mensen. Misschien is dit een capaciteit die de gedrukte journalistiek kan herontdekken in een wereld die gekenmerkt wordt door een overvloed aan informatie. We leven in een van informatie vergeven wereld, waarin kennis en inlichtingen met een steeds toenemende snelheid worden rondgestuurd. Het lijkt voor de gedrukte journalistiek zoals deze tegenwoordig ‘traditioneel’ wordt opgevat een onmogelijke taak om een dergelijke wereld bij te benen.

Waarheen dient men dan te kijken? Voor een vernieuwde invalshoek zou men hier Le Monde des Livres van vrijdag 7 mei kunnen citeren. Deze bevatte een retrospectieve analyse over de laatste generatie écrivains-reporters. Hier ontdekt men een verzuimde taak, die van de journalist als schrijver. Dit houdt in dat de journalist een bredere kijk biedt op de dagelijkse problematieken, en hierbij ook een literaire dimensie kan incorporeren in zijn werk. Een dergelijke kijk lijkt een antwoord te kunnen formuleren op het voorgestelde probleem Het werk van Joseph Kessel (1898-1979) kan hierbij als bron van inspiratie dienen. Deze Franse journalist, die symbool stond voor een generatie, kwam even terug in de belangstelling wegens een heruitgave van zijn journalistieke oeuvre. De grote getuige”, zo omschreef Jeannelle van Le Monde hem. De nieuwswaarde lag bij Kessel dan ook niet altijd in de dagelijkse feiten, maar werd veel breder opgevat. Kan zo’n werkwijze tot vernieuwing leiden?

Verfremdung!

In 1968 realiseerde de Britse journalist James Mossman – die zich enkele jaren daarna tragisch genoeg het leven zou benemen – een lichtelijk bevreemdende documentaire getiteld Democracy on Trial. In deze film kan men een visueel equivalent vinden van een type journalistiek dat door de laatste jaren heen langzaam verdween. Mossman schetst hier een beeld van de ongemakkelijke, verwarde middenklasse uit het Amerika van de jaren ’60. Zelf komt hij echter nooit aan het woord. Via een passieve manier van filmen laat hij de camera een getuigenis schetsen van een snel veranderend tijdperk. De evolutie die het visuele medium echter sindsdien heeft doorgemaakt, lijkt een dergelijke journalistiek van een podium beroofd te hebben.

Echter, de evolutie die men in het gedrukte de laatste decennia heeft ondergaan, zorgt ervoor dat net dit type journalistiek een uitgelezen streefdoel voor het geschrevene lijkt.

Hier kunnen we constateren dat een dergelijke ontwikkeling neigt naar een intuïtieve progressie. Het is net de blanco pagina die de ruimte laat voor een doordachter behandelen van de zaken. De volledige rust die een stille pagina biedt om een argument op te bouwen, is er één die momenteel onder druk staat in de andere kanalen van onze informatie-ruimte. Zo ziet men bijvoorbeeld de druk naar het vluchtige, het strak gereduceerde toeslaan in zowat elk aspect van de nieuwe virtuele wereld.

Et quand l’information fait son cinéma?

Een voor de hand liggend bezwaar is natuurlijk een die de journalistieke ‘objectiviteit’ vooropstelt. De nog gemakkelijkere repliek kan dan de onmogelijkheid van objectiviteit terugkaatsen. Het blijft echter een pijnpunt dat de – vermeende – objectiviteit in berichtgeving in een dergelijke ethos wel degelijk onder druk zal komen te staan. Het wordt dan ook nodig om de noodzakelijkheid van de ‘objectiviteit’, zoals deze momenteel geformuleerd staat, in vraag te stellen. Enige intellectuele inspanning zou de lezer niet vreemd mogen zijn. Een voorgekauwde informatiestroom kan trouwens ook op steeds minder begrip rekenen in een wereld waarin expertise vaak als verdacht wordt afgedaan.

Een ander bezwaar lijkt de ‘hautaine’ aard van de naar voor geschoven methode. Is dit een meer elitaire manier van werken? Ja, moet hier op geantwoord worden. Toch biedt net deze (d)evolutie van het medium een zekere meerwaarde. Deze manier van denken, laat echter wel een opening voor de nieuwswaarde van de redactie. Dat dit een verlaagde druk op de redactie als voorwaarde heeft, speelt niet direct in op de conventionele denkwijze rond het thema. Wie vooruit wenst te gaan, mag echter ook eens in de achteruitkijkspiegel kijken. Als men werkelijk de voorwaarden voor kwaliteitsvolle journalistiek via het geschreven woord wilt behouden, lijkt deze voorwaarde verbonden te zijn aan het inbouwen van een rustmoment. Gezien de impact die we momenteel ondervinden van de hyperinformatiesamenleving, lijkt zo een moment momenteel ook geen overbodige luxe.

0 Comment