Politiek neutraal(!)?

Tijdens de laatste weken van het vorige semester, toen de sans-papiers nog een hot topic waren aan deze universiteit, nestelde zich een netelig probleem in onze eigenste Studentenraad. In de wandelgangen werd steeds luider gefluisterd dat de Studentenraad snel een positie tegenover de sans-papiers diende in te nemen. Onmogelijk, zo bleek. Binnen de Studentenraad vond het kamp van het LVSV dat de academische wereld niet dé plek was om deze mensen een spreekbuis te geven. Het andere kamp, dat van het ALS, wou de acties van de sans-papiers juist verdedigen. Deze ideologische pingpongdiscussie werd trouwens niet alleen in de wandelgangen van de VUB gevoerd. In de loopgraven van de facebookcommunity werd de discussie na de schooluren gewoon verdergezet. Ook hier werd het probleem niet opgelost en uiteindelijk bleef een uitgesproken positiebepaling vanwege de Studentenraad gewoon achterwege

Piet Van de Velde

U kan, en mag deze besluiteloosheid spijtig vinden maar daar gaat het in feite niet om. Eigenlijk legt deze kwestie een ander en meer diepgeworteld vraagstuk bloot. Vandaag moet men zich durven afvragen in hoeverre een studentenraad – en bij veralgemening een universiteit – zich nog een politieke mening kan toe-eigenen. Zonder het ALS (of zonder het LVSV) had onze studentenraad (paradoxaal genoeg) wel degelijk politiek kleur bekend, maar een dergelijk scenario strookt niet met de feiten. De realiteit is dat het universitaire debat (of dit nu in de Studentenraad of onder bevriende rectoren wordt gevoerd) steeds vaker gestructureerd wordt rond de woorden ‘pluralisme’ en ‘management’. Typerend voor deze tijd is waarschijnlijk dat niemand nog stilstaat bij de betekenis van deze twee (mode)woorden, maar hier bij De Moeial wensen we ze wel degelijk onder de loep te nemen.

Het eerste modewoord: ‘pluralisme’ vormt meteen het eerste struikelblok. Niet alleen krijgt dit zelfstandig naamwoord steeds vaker een ongedwongen werkwoordelijk karakter. Het neemt tegelijk een bijzondere plaats in in het hart van elke student die aan de VUB studeert, studeerde en ooit nog zal studeren. Eind jaren ’60 was de VUB één van de eerste onderwijsinstellingen die prat ging op zijn pluralistische overtuigingen en ze meteen ook gebruikte als ideologisch fundament voor de bouw van de hele instelling. Zou het van zuivere navelstaarderij getuigen, mochten we nog steeds geloven dat de VUB de enige instelling is die tegenwoordig het pluralisme huldigt? Misschien, een andere mogelijkheid is dat het woord ‘pluralisme’ tot een uitgehold begrip is verworden. Een gratuit modewoord dat al te vaak gelijkgesteld wordt met het resultaat van de deling van de grootste gemene deler met een optelsom van verschillende perspectieven. Het gebruik van het woord ‘pluralisme’ resulteert al te vaak in een waaier van grijze oplossingen en compromissen, waarbinnen het misschien veilig spelen is, maar waar uiteindelijk geen enkel maatschappelijk probleem op een interessante of relevante manier aan getoetst kan worden.

De universiteit is in het verleden nochtans altijd de broedplaats geweest voor maatschappelijke (r)evolutie, ook al werd deze niet altijd door het hele academische establishment op gejuich onthaald. Verwijzingen naar Mei ’68 liggen voor de hand, maar tegelijk bewijst de ‘Leuven Vlaams’- periode dat niet iedereen op één dag flamingant werd. Een ander voorbeeld vinden we in de recente rellen aan de Griekse universiteiten. De rellen in Griekenland onthullen een hechte symbiose tussen de academische en de politieke wereld. Echter, niet elke Griekse student of professor gedroeg zich als een ware anarchist, of sympathiseerde met de relschoppers. Edoch was er voor de academische gemeenschap een duidelijke rol weggelegd. De Griekse universiteitscampus deed dienst als een open forum waar iedereen zijn mening kon ventileren. Het hele proffenkorps legde meermaals het werk neer, niet omdat ze de relschoppers steunden, maar wel om aan te geven dat ze de harde aanpak van de Griekse politie niet goedkeurden.

Pluralisme beperkt zich met andere woorden beter tot het uitzetten van krijtlijnen waarbinnen het maatschappelijke en academische debat openlijk gevoerd kan worden. De universiteit moet enkel garanderen dat er een open discussie gevoerd kan worden. Dit betekent niet – ik herhaal – dat iedereen zich achter een enkel perspectief hoeft te scharen, het betekent enkel dat iedereen de plaats en de mogelijkheid krijgt om zijn zegje te doen.

Ook het tweede modewoord/struikelblok ‘management’ hangt trouwens nauw samen met de hier gegeven invulling van het woord ‘pluralisme’. Bovendien krijgt het binnen het hoger onderwijs steeds vaker een erg agressieve bijklank. Bewijzen kan u terugvinden bij de Leuvense collega van De Knop, die de verlenging van zijn rectormandaat op zijn buik kan schrijven door een zogenaamd tekort aan managementcapaciteiten. Aan de andere kant is het tegelijk al te naïef om te geloven dat in het tijdperk-Van den Bossche-Oosterlinck het woord ‘management’ nog een andere betekenis kan krijgen.

Elke rector moet vandaag kijken hoe hij zo veel mogelijk geld (uit te drukken in studenten) naar zijn universiteit kan lokken. Uitgesproken ideologische kenmerken worden vanuit deze optiek dan ook het liefst tot een minimum beperkt om zo niemand tegen de schenen te schoppen en zo een breed publiek aan te spreken. Vandaag valt ‘pluralisme’ met andere woorden samen met ‘management’. Goed management betekent dat universiteiten geen kleur meer kunnen bekennen en hierdoor allemaal een beetje bleekjes, een beetje kleurloos worden. Terecht vraagt men zich af of het deze kleurloosheid is die aan de basis ligt van het algemeen tekort aan studentenengagement.

Maar maak je vooral geen zorgen. De Moeial blijft nog altijd zijn onbegrepen surrealistische, populistische en pluralistische zelve, al was het maar om onze sterfelijkheid te bevestigen. Om af te sluiten melden wij ook dat we vanaf volgend nummer vrijwillig gaan samenwerken met The Standford Chaparral, een van de betere studentenmagazines van deze bekende Ivy-league universiteit uit San Francisco. Het bewijst meteen dat een samenwerkingsovereenkomst niet enkel met Gent of Leuven hoeft te worden afgesloten.

0 Comment