De VUB op zoek naar zichzelf?

Er was een tijd dat studenten nog gewoon contesterende studenten waren en professoren duffe oude mannen in een pak. Die tijd is voorbij. In de nieuwe VUB van kersvers rector Paul De Knop zijn we allemaal stakeholders, zowel studenten als professoren. Die stakeholders – vrij vertaald belanghebbenden – bepalen de kernwaarden van de VUB. Om te weten waar de VUB anno 2008 voor staat, moeten we dus vooral in eigen boezem kijken. Nu, dat klinkt makkelijk, maar waarom kiest iemand in godsnaam nog voor de VUB? Heeft de VUB überhaupt nog wel een aantrekkingskracht bij nieuwe – en oude – studenten?

Door Thomas Donnez

Een troef die de VUB graag en veel uitspeelt is zijn locatie. Terecht. Brussel is een multiculturele stad die bruist van leven. Met zijn centrale ligging, zowel in Europa als binnen België, heeft de VUB een voordeel om mee uit te pakken. Maar is dat wel genoeg? Van de Brusselse Vlamingen moeten we het al niet hebben, die minderheid laat zo weinig van zich horen – op de mediagenieke Dansaertvlamingen na – dat we stilaan hun bestaan in twijfel mogen gaan trekken. Een instroom vanuit de standplaats zelf is dus zo goed als onbestaande, terwijl dat wel iets is waar andere universiteiten erg goed op scoren.

Je stelt tegenwoordig als Vlaamse stad nog weinig voor als je geen eigen universiteit hebt. Gent, Antwerpen, Leuven en – godbetert – Hasselt kunnen uitpakken niet de titel ‘universiteitsstad’. De Vlaming nestelt zich nog steeds liever in een Vlaamse stad dan zich te moeten wagen aan een Brussels avontuur. We moeten ook eerlijk zijn, we heten dan wel Vrije Universiteit Brussel, maar Etterbeek en Jette zijn Brussel niet. Je bent niet in één-twee-drie in het centrum. Hoewel interessant, is de locatie zeker niet onze grootste troef.

De VUB is het wat verstote kleine broertje van de Vlaamse universiteiten. Maar dat nadeel is net een van de grootste voordelen die onze universiteit rijk is. Net door zijn wat kleinere schaal, bestaat er een zeker persoonlijk contact tussen studenten en professoren. Er kan gewerkt worden in kleinere groepen, de feedback wordt meteen ook groter en de studenten worden er alleen maar beter van.

Het is een voordeel dat niet alleen studenten weet te bekoren, zo blijkt. Professor Willem Elias noemt het een van de belangrijkste kwaliteiten van de VUB. Op die manier, stelt Elias, komt er een dialoog tot stand die je in een aula van zevenhonderd man niet kunt bereiken. Die kleinschaligheid zorgt voor een aangename en vooral academisch bevorderlijke sfeer.

Volgens statistieken van de dienst Inschrijvingen kent de VUB een terugval van drie procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. Dit is op zijn minst opmerkelijk te noemen na jaren van structurele groei voor de VUB. Het probleem lijkt vooral bij het succes van Gent te liggen, want ook Leuven ging – zij het licht – achteruit. De cijfers zijn nog niet definitief, er zijn immers nog enkele weken van inschrijvingen te gaan, maar mogen toch al wel representatief genoemd worden, aangezien het gros van de inschrijvingen achter de rug is.

Gent weet zich te positioneren als een neutrale, progressieve universiteit. Zijn ludieke en goed uitgedachte advertentiecampagnes zullen daar zeker niet vreemd aan zijn. De campagne ‘Durf denken’ zou bijvoorbeeld net zo goed door de VUB gemaakt kunnen zijn. Het is namelijk een verwijzing naar het vrijdenken, een van de fundamenten waar onze alma mater op gebouwd is.

Goed, Gent mag dan wel een knappe campagne op poten gezet hebben, een volledige en afdoende verklaring voor de terugval van de VUB biedt dat niet. Het probleem van de VUB is veel structureler. We worden versmacht tussen de rationaliseringspolitiek van Vandenbroucke en de vrijzinnige concurrentie uit Gent. Een deel van die rationalisering is logisch, ja zelfs noodzakelijk binnen onze universiteit. Er is een overaanbod aan studierichtingen, een universiteit van onze grootte hoeft niet in honderd-en-een zaken master-na-masters aan te bieden. Studierichtingen met slechts enkele studenten zullen op korte termijn ook moeten verdwijnen, zij slorpen in verhouding te grote budgetten op.

Samenwerkingsverbonden

Die verbonden zijn op middellange termijn noodzakelijk en zelfs bevorderlijk. Het aanwenden van gezamenlijke kennis en middelen kan leiden tot betere wetenschappelijke prestaties en werkt stimulerend voor beide partijen. De kosten kunnen hierdoor gedrukt worden en er kan aan efficiënter wetenschappelijk onderzoek gedaan worden. Het blijft echter noodzakelijk voor de VUB om binnen die samenwerkingsverbonden zijn identiteit niet te verliezen en een naamloze partner te worden. Die spagaat tussen enerzijds rationaliseren en kosten verlagen door middel van samenwerking en anderzijds het belang van een eigen missie wordt een belangrijke uitdaging voor de toekomst.

Door de rationaliseringspolitiek wordt het voor kleinere universiteiten als de onze moeilijker om op te boksen tegen de grotere tegenhangers. Moeilijk, maar niet onmogelijk. Zo geloof ik niet in het verdwijnen van de VUB op lange termijn, ook niet in de vorm van een associatie. Er is een toekomst voor de VUB als onafhankelijke, vrije instelling. Een tweede bedreiging schuilt in de vrijzinnige concurrentie uit Gent. Vele vrijzinnigen zien in Gent een aantrekkelijker alternatief dan de VUB, waardoor het voor die laatste moeilijker wordt om zijn traditioneel doelpubliek aan te spreken.

Vrij onderzoek

Met de oprichting van de ULB was er eindelijk een universiteit waar er aan wetenschap werd gedaan volgens de principes van het vrij onderzoek. Hier zag men wetenschappers die zich niet lieten leiden door dogma’s, maar alleen aan de wetenschap en de logica verantwoording aflegden. In die zin vervulden de ULB en VUB jarenlang een voortrekkersrol. Maar nu zelfs een universiteit als de KU Leuven, ontrecht maar dat terzijde, claimt aan vrij onderzoek te doen, lijkt de VUB met een identiteitscrisis te worstelen.

Oud-rector Ben Van Camp zag in de ‘Vrije’ nog steeds een vrijzinnige universiteit, in de aanloop naar de rectorverkiezing verdween die nuance bij beide kandidaten voor het rectorschap. In de tien kernwaarden die rector De Knop opstelde om de identiteit van de VUB te herwaarderen, valt over vrijzinnigheid niets terug te vinden. Vrij onderzoek, jazeker, maar dat valt nauwelijks gelijk te stellen met vrijzinnigheid, het is een aspect, maar niet het totaalbeeld. Als overtuigd vrijzinnige zie ik dat kenmerk niet graag naar de achtergrond verdwijnen. Maar dat is eerder een persoonlijk argument en geen rationele afweging.

Misschien moeten we maar eens, geheel in lijn met de filosofie van het vrijdenken, onszelf en onze identiteit in vraag durven stellen. Op termijn zullen we op die manier misschien moeten komen tot een herpositionering van de VUB. Er is zeker nog een rol weggelegd voor de VUB in het Vlaamse universitaire landschap, laat dat duidelijk zijn. Er staan ons belangrijke ethische discussies te wachten, waarbij de VUB zijn rol als waakhond van het vrij onderzoek zal moeten blijven spelen. Het is geen dankbare rol, zo kreeg de VUB toen ze 25 jaar geleden begon met in-vitrobehandelingen, nog een storm van protest over zich.

Ook in de verre en nabije toekomst dringen zulke discussies zich op. Dan denk ik bijvoorbeeld aan stamcelonderzoek, euthanasie bij minderjarigen en het klonen. Een van de steunpilaren van de VUB is zijn ijzersterke onderzoeksvleugel. Op die manier kunnen we de koppeling maken tussen ideologie enerzijds en een pragmatische, praktische aanpak anderzijds. Daarin schuilt de kracht van de VUB, we slagen er als kleine Vlaamse universiteit toch in om schitterende resultaten te blijven neerzetten. De nieuwe rector heeft alvast beloofd werk te zullen maken van de herwaardering van de VUB. we kijken dan ook reikhalzend en vol ongeduld uit naar zijn eerste stappen in die richting.

0 Comment